Het komende verhaal is eerder in het Engels door mij gepubliceerd in het on line journal Soundscapes. Het is nu in het Nederlands vertaald en bovendien heeft het aanvullende informatie, die eerder niet voorkwam in de Engelse versie. Veel leesplezier.

 

Kees Manders en RNI


Lang geleden
Degenen die op zaterdag 29 augustus 1970, ja 35 jaar geleden, luisterden naar de programma’s van RNI, hoorden dat rond half 2 in de middag de programmering plotseling werd onderbroken. De deejays informeerden vervolgens hun luisteraars dat er twee schepen in de directe omgeving van het zendschip de MEBO II waren gearriveerd, de MS Viking en de sleepboot Tuski. De Viking meerde langszij de MEBO II af en een bekend persoon uit de Amsterdamse amusementswereld, de keizer van het Rembrandtsplein, Kees Manders, klom aan boord van het zendschip om te gaan onderhandelen Enkele weken eerder hadden de Zwitserse eigenaren van het zendschip, Erwin Meister en Edwin Bollier, Manders gevraagd of hij er voor voelde samen te gaan werken aan een eventuele Nederlandse service. Volgens Manders, die in diverse kranten plotseling voornaam aanwezig was geweest, hadden de Zwitsers hem zelfs beloofd dat hij de nieuwe directeur zou worden van het station.

Publiciteit
Gek op publiciteit wist Manders altijd wel weer bevriende journalisten voor zijn karretje te spannen hetgeen deze keer niet de gewenste resultaten zou krijgen. Immers het plan hem te benoemen ging, wegens voorbarige publiciteit, niet door. De Zwitsers lieten hem dat duidelijk weten, hetgeen totaal in het verkeerde keelgat schoot van de Amsterdammer. Na de afwijzing besloot hij tot revanche en nam zijn vriend ir Heerema in de armen. Vanuit Rotterdam vertrokken ze met twee schepen en vergezeld van vrienden en familie, richting de MEBO II, die voor de kust van Scheveningen lag verankerd. Eerst wilden ze, na aankomst bij het zendschip, deze proberen te kapen middels het eventueel kappen van de ketting maar op het laatste moment werd hiervan afgezien. Manders klom vervolgens aan boord van het zendschip om een serieus gesprek aan te gaan met de kapitein Harteveld. Deze was echter niet van plan zijn zendschip door de beide boten te laten binnenslepen in de haven van Scheveningen. Andermaal dreigde Manders zijn kapingactie voort te zetten.

Tremaine
Ondertussen waren de deejays al geruime tijd bezig in de uitzendingen de luisteraars op te roepen het kantoor van RNI in Scheveningen te bellen. Aan boord werd door de eigenaren met spoed ondermeer Larry Tremaine gebracht, die namens de eigenaren orde op zaken diende te stellen. Tremaine, een Amerikaan die tot programmadirecteur was benoemd, zei
ondermeer in de uitzendingen: ‘We willen niet vechten, we willen geen slachtoffers hier op de Noordzee. RNI is niet hier om problemen te brengen, maar om muziek te laten horen en U te vermaken.” Ook vroeg hij de luisteraars te stoppen met pogingen het kantoor in Scheveningen te bellen, zoals eerder door Alan West veelvuldig was gevraagd. De totale telefoonverbindingen met Scheveningen waren namelijk geblokkeerd.

Benzine
Toen de situatie uit de hand dreigde te lopen zorgden de bemanningsleden ervoor dat ze gewapend werden met benzinebommen, messen en andere gereedschap. Ze waren klaar voor een gevecht met de kapers. Inmiddels had de bemanning van de Husky een waterkanon gereed gemaakt, waarbij gedreigd werd deze spoedig in te zetten om water te spuiten op het zendschip, hetgeen uiteraard levensgevaarlijk was vanwege de zeer hoge spanning op de antennes.

Vertrekken
Toen Larry Tremaine en anderen met de Eurotrip bij het zendschip aankwamen, besloten de kapers weer te vertrekken richting Rotterdam. Later die middag arriveerde het marinefregat Van Nes om in de beurt te blijven van de MEBO II en eventueel de bemanning bij te kunnen staan als er toch andermaal een poging tot kaping zou gaan plaatsvinden. Gedurende ongeveer 90 minuten was er verslag via de zenders van RNI te horen en in de avonduren werd er op de gebeurtenissen teruggekomen in een drie uur durend programma waarin ondermeer door Andy Archer diverse verzoeken werden gedraaid voor de bemanningsleden van de Van Nes. Met volle teugen genoot Andy want zijn luisterschare van dat moment, mariniers gekleed in kleurig blauw, maakten er een hele show van aan dek van het marineschip tijdens de mooie zomeravond.

De kranten
De daarop volgende maandag stonden er in alle kranten artikelen rond de gebeurtenissen in internationale wateren. Natuurlijk werden Meister en Bollier, als eigenaren van het zendschip, om commentaar gevraagd inzake eventuele contacten met Kees Manders. Meister antwoordde hierop: “Kees Manders is nooit bij ons in dienst geweest en zal dat ook nooit komen. We hebben in totaal misschien twee uur met hem gesproken. Hij kwam daarbij sympathiek over en had ook wel leuke ideeën. We hebben hem
echter verteld dat we over de plannen na moesten denken en dat, wanneer er ooit een overeenstemming zou komen tot starten van een Nederlandstalig programma, er een gedegen contract zou moeten komen. We hebben echter helemaal geen besluiten genomen. De dag nadat we met hem hebben gesproken stond hij plotseling met zijn foto’s in allerlei kranten met daarbij de bewering dat hij de nieuwe directeur was van RNI. We hebben toen direct contact met hem gezocht en hem duidelijk gemaakt
dat het beste zou zijn in stilte zich terug te trekken om verder geen gezichtsverlies te lijden”, aldus één van de Zwitserse eigenaren.

En hoe reageerde Manders?
Manders werd zelf gevraagd wat er nu was gebeurd en vertelde een journalist bij aankomst in de haven van Rotterdam dat het mooi weer was geweest en dat ze gewoon een pleziertochtje hadden gemaakt met familieleden en vrienden. Een andere journalist vertrouwde hij toe dat hij nog een claim van 750.000 gulden had liggen bij MEBO Ltd en dat men naar buiten was gevaren om te kijken of het schip eventueel als onderpand in beslag kon worden genomen om op die manier toch aan zijn
geld te komen.

Herinnering Andy Archer
Ik heb Andy Archer gevraagd om een directe herinnering: ‘Hans het is natuurlijk heel lang geleden maar ik herinner me wel dat wij totaal niet op de hoogte waren van onderhandelingen tussen Meister en Bollier en Kees Manders. Om precies te zijn wist niemand van de Britse en Amerikaanse deejays aan boord helemaal niets van de persoon Kees Manders, toen hij bij het zendschip aankwam. Ik denk dat we wel op een overdreven manier onze verzoeken tot hulp hebben gepresenteerd die middag. Ik heb opnames nog wel eens teruggehoord en het klonk of we allemaal ‘drama queens’ waren die dag.

Te hoog
Bovendien was het onmogelijk voor al die mensen op de Viking en Husky aan boord van ons zendschip te klimmen. De MEBO II lag daarvoor veel te hoog. Bij de Mi Amigo zou dat anders geweest zijn en hadden we ons veel minder kunnen verdedigen tegen personen die aan boord wilden klimmen. Ook herinner ik me dat we later behoorlijk verbaasd waren van de impact van onze oproepen omdat er ontzettend veel telefoontjes naar het kantoor waren gepleegd, waardoor het totale telefoonverkeer blokkeerde. Later die avond zijn we nog met een bootje van de Van Nes gevaren en werden we uitgenodigd om iets te komen drinken. Het hele gebeuren gaf in ieder geval RNI een enorme hoeveelheid publiciteit hetgeen, naar ik aanneem, ons vele nieuwe luisteraars op dat moment opleverde.’

Nog een kaper
Een paar weken later, op 17 september 1970, was er andermaal een panieksituatie te horen in de uitzendingen toen deejays de luisteraars vertelden dat een boot, die hen onbekend was, lag afgemeerd naast de MEBO II. Ook werd er weer over een vermeende kaping gesproken. Na enige minuten stopte de berichtgeving en kwam men er ook niet meer op terug in het programma. Andermaal enkele dagen later, op 23 september, werd er in een nieuwsuitzending gewag gemaakt dat er andermaal problemen waren op het zendschip.

Kapper
De toen 29-jarige kapper Mario Welman uit Amsterdam had in de haven van Scheveningen een boot gehuurd met opdracht naar het RNI zendschip te varen. Toen het schip bij de MEBO II was aangekomen vroeg Welman toestemming aan boord te komen, hetgeen hem in eerste instantie werd geweigerd. Dit aanhorende zei hij tegen de kapitein daar niets van aan te trekken en het schip zou gaan kapen. Toen hij dan ook aan boord klom werd hij onmiddellijk door bemanningsleden vastgegrepen en opgesloten in één van de hutten. Eerst vertelde de bemanning Mario dat, wanneer hij niet met de gehuurde tender zou teruggaan, hij overboord zou worden gegooid.

Weigering
De kapitein van de gehuurde boot, de Scheveningen 18, had echter geen zin de kapper mee terug te nemen en dus werd besloten Erwin Meister en Edwin Bollier, die verbleven in het Grand Hotel in Scheveningen, te informeren. Meister zelf beloofde zo spoedig mogelijk naar het zendschip te komen om de overspannen man terug te brengen aan land. Meister belde met Tom van der Linden (die kortelings inval kapitein was geweest) en vroeg hem, tegen betaling, met zijn eigen schip naar de MEBO II te
brengen. Tom, die later berucht zou worden als één van de duikers die op 15 mei 1971 een bom plaatste aan boord van het zendschip, ging akkoord met zijn schip, de MV Redder, uit te varen met Meister.

Gesprek
Na aankomst bij het zendschip werd er vervolgens in de hut van de kapitein een gesprek gevoerd met Mario Welsman. De kapper vertelde Meister dat hij geruchten had gehoord dat RNI spoedig haar uitzendingen zou stoppen. Ook vertelde hij dat hij zijn poging tot kaping had ondernomen omdat de MEBO II zo’n mooi schip was en dat hij het niet kon uitstaan dat het station uit de ether zou gaan verdwijnen. Het zou een slechte zaak zijn voor de miljoenen luisteraars en ook wilde hij niet dat de bemanning en deejays zonder werk zouden komen te zitten. Toen daar niet serieus genoeg door Meister op werd gereageerd deed Mario
Welsman er nog een schepje bovenop.

Bier gelden
Hij vertelde Meister dat hij gemachtigd was te onderhandelen tot aankoop van het zendschip in naam van Freddy Heineken, multi miljonair en destijds eigenaar van de Heineken Brouwerijen. Ook toen vertelde Meister hem dat hij niet onder de indruk was van Mario’s verhalen en gaf hij opdracht aan de bemanning Welsman maar weer te bewaken en hem bij de eerste de beste gelegenheid van boord te laten halen. Waarschijnlijk had Welsman op voorhand een verslaggever van de Telegraaf ingeseind en
geïnformeerd over zijn plannen. Niet veel later werd namelijk door een journalist van die krant de MS Dolfijn gehuurd van de firma Vrolijk in Scheveningen om te kijken hoe de situatie er voor zou staan bij de MEBO
II.

Terug aan land
Aangekomen bij het zendschip werd overeengekomen dat de journalist en dus ook de schipper van de Dolfijn de Amsterdammer mee terug zouden nemen. Onderweg naar de haven vertelde Mario aan de journalist, dat hij graag wat langer op de MEBO II was gebleven maar dat de deejays niet op hem gesteld waren. Een paar jaar eerder had Mario Welsman al de nodige publiciteit getrokken door een keten van zeer exclusieve kapperszaken op te starten in diverse steden in het westen van het land. De start van dit keten werd met een groots georganiseerd feest gevierd, waarbij vele belangrijke en beroemde Nederlanders werden uitgenodigd. Binnen een jaar waren alle tien winkels al weer gesloten.

Nog een keer
In 1980, een dag na de moord op John Lennon, haalde hij nog eens de diverse kranten. Hij dacht de journalisten duidelijk te maken dat er in de gehele wereld, na de dood van de voormalige Beatle, er nog maar één scherp denkende persoon was overgebleven. Je raadt het al: Mario Welsman. Het zou vervolgens jaren duren alvorens we weer wat hoorden van Welsman. In September 1992 werd het nieuws bekend dat één van de meest excentrieke personen uit de Nederlandse Flower Power scène was heengegaan.

Geruchten bleken waar
De eerder door Mario gememoreerde geruchten als zou RNI spoedig haar uitzendingen stopzetten bleken waarheid te zijn. Nadat de kapper was teruggebracht naar Scheveningen vertrok ook Meister, laat in de middag, richting de thuishaven. In de avond nam hij andermaal vanuit zijn kantoor in het Grand Hotel contact op met de bemanning van de MEBO II. Hij gaf opdracht het radiostation uit de ether te halen en voor de volgende ochtend een afscheidsuur voor te bereiden. Hij claimde dat het
zendschip verkocht was aan een Afrikaanse staat en voegde eraan toe dat het beter zou zijn voor de mensen in Nederland dat RNI zou stoppen met haar uitzendingen in het voordeel van de Veronica organisatie en dus de Nederlandse autoriteiten zou afhouden van eventuele acties tegen de zendschepen.

(Met dank aan Jan van Heeren voor twee foto's: "Op de ene Tom Manders senior (oftewel 'Dorus') en junior bij een bezoek aan de Mebo 2 in 1970. Dorus zou in 1972 sterven, maar was in 1970 al ziek. De andere nog een kleurenprent van een lachende Kees Manders, ca. 1970.")