Boekrecensie: EN
DAN NU DE POLONAISE. MUZIEK IN DEN HAAG EN SCHEVENINGEN
Redactie: Gout, Cor; Markwijk,
John van en Zevenbergen, Harry
Uitgever:
Trespassers W, Den Haag
Jaar: 2008
Pagina's 564, hard gebonden
Illustraties: rijkelijk in kleur en zwart wit
ISBN: 978-90-76808-06-2
www.trespassersw.nl
Een zwaar boekwerk van 564 pagina's viel als een bom bij de post. Jee,
hoe zwaar moet de postbode het wel niet hebben gehad om het te bezorgen.
Als hij van de inhoud kennis had genomen had deze waarschijnlijk zijn
fiets aan de kant gezet, een rustige plek opgezocht en de postbezorging
voor de rest van de route voor die dag maar gelaten. De titel van het
boek: 'En dan nu de polonaise, muziek in Den Haag en Scheveningen' is
ook nog eens veeldragend, want degene die dit boek in bezit heeft dient
acuut de soortgenoten in Nederland op te zoeken om vervolgens
gezamenlijk naar de Pier van Scheveningen te gaan om daar, onder het oog
van de samenstellers en auteurs, een fantastische polonaise uit te
voeren, begeleid door alle muzieksoorten die er ondermeer in het boek
worden besproken.
Iedere muziekliefhebber van middelbare leeftijd weet zich vaak te
herinneren waar ze dat ene concert voor het eerst hebben beleefd, waar
ze dat toen nieuwe groepje voor het eerst hebben ontdekt, en ook welke
muziekzaal of club men het liefste bezocht en tevens waar men zoal de
ouderwetse platenzaken aandeed. En de zo verworven kennis van de muziek
wordt door deze zelfde groep leeftijdsgenoten maar o zo graag met elkaar
gedeeld. De muzikale polonaise kan op diverse manieren worden beschreven
en het enthousiast delen van de muziekherinneringen in de breedste vorm
van de betekenis zou een terechte toevoeging kunnen zijn.
Onder leiding van het drietal Gout, Markwijk en Zevenbergen, is er
intensief gewerkt aan een prachtig document waarin een 50 tal
hoofdstukken de muzieksoorten en hun uitvoerenden op een prachtige
manier worden beschreven. En dan dient niet meteen te worden gedacht aan
de vele bekende en de illustere popgroepen die vanuit Den Haag en
Scheveningen en daarbuiten veroverden. Nee, het boek 'En dan nu een
polonaise' beschrijft allereerst de beleving van de klassieke muziek,
met daarbij de toenmalige nieuwe invloeden die in Den Haag ondermeer
door het Residentie Orkest via gastdirigent en componist Pierre Boulet
ten gehore werd gebracht. Maar ook andere Haagsche klassieke beleving
komt uitgebreid aan bod, wat mij nog eens duidelijk maakte dat de 50
plusser het goede geluk heeft gehad van een volwaardige muzikale
onderbouwing tijdens de scholing tot volwassene. Klassiek was vaste koek
in de klas en eens per jaar werd je, al dan niet met tegenzin,
meegesleept naar een klassieke uitvoering en mocht je op het einde van
het schooljaar je favoriete single, vaak een popplaat, voor de klas ten
gehore brengen. Maar juist die klassieke muziek was de basis voor vele
leeftijdsgenoten het in de muziek te gaan zoeken.
Het moet een enorme klus zijn geweest dit meesterwerk 'En dan nu de
polonaise' te redigeren. En dan hebben we het niet over een
productietijd van een jaar maar zeker meer. De taak van de samenstellers
was een zeer gedegen naslagwerk op de markt te brengen, waarin alle
takken van de muziek in de breedste beleving in Den Haag en Scheveningen
worden onderworpen aan een zodanige belichting dat een breed publiek er
voluit van kan genieten. Het zo verkregen document is niet een boek
geworden dat je zo maar even uitleest in een paar avonden, het is een
gedegen naslagwerk geworden dat je per hoofdstuk tot je neemt en dan
weglegt. Dit ter voorkoming dat er te veel aan informatie moet worden
verwerkt en daardoor snel vergeten zal worden. De taak van een recensent
is in het kort een boek op
een
zo snel mogelijke wijze te beschrijven. Een totaal onmogelijke zaak op
korte termijn te komen tot een totaal recensie van het boek en daarom
heb ik gekozen tot het uitlichten van slechts enkele topics uit: 'En dan
nu de polonaise'.
Vaak worden de vele indorockgroepen, later gevolgd door popgroepen uit
de regio Den Haag, geroemd voor hun doorzettingsvermogen en de mooie
doorbraak die men nationaal en voor sommigen ook internationaal maakten
in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Wat veel minder
bekend is dat in de jaren twintig er al enorm veel aandacht voor de
jazzmuziek in het Haagsche was. Deze Indo Jazz werd vooral in eerste
instantie gespeeld in schoolorkesten en studentenorkesten, die naar
voorbeeld van de Engelse jazz hun kunsten vertoonden in cafés en
restaurants en op schoolfeesten. Gelijk aan de beleving van een deel van
onze ouders vroeger van de beatmuziek was er in de jaren twintig ook al
sprake van dat de ouders het muzikale werk van hun kinderen nauwelijks
waardeerden. Gelukkig krijgt de vroege beleving van de Jazz in dit boek
uitgebreide en goed gedocumenteerde aandacht, waarbij vooral het fuiven
en feesten met eigen jazzbands van de Indiërs, die toen al deels naar
Nederland waren gekomen, naar voren komt. De Indiërs komen later in het
boek in een aantal hoofdstukken terug waarin ondermeer de opkomst van de
Indo rock tegen het eind van de jaren vijftig wordt beschreven.
Een ander hoofdstuk dat mijn aandacht trok, is geschreven door Huub
Koch, die op de leeftijd van dertien jaar destijds in de eind jaren
zestig – na voorbeeld van vele andere fanclubs – zijn liefde ging uiten
voor Shocking Blue. In de snelle tijd van internet is het runnen van een
fansite een veel minder kostbare gelegenheid dan destijds, toen
nieuwtjes, wetenswaardigheden en andere zaken, via een gedrukt blaadje
dienden te worden verspreid. Een aandoenlijk verhaal waarin hij vertelt
hoe destijds hij, ondersteund door zijn ouders zijn eigen fanclub had.
Zijn moeder hield de uitgebreide ledenadministratie bij. Een klus die
gigantisch uit de hand liep met snel een bestand van 1500 leden. Maar
ook de beschrijving hoe hij de familieleden en leden van de Shocking
Blue benaderde, de platenmaatschappij die wel ten dienste wilde zijn bij
het samenstellen van 'Pink', zoals het fanclubblad heette. Hart en ziel
werden erin gestoken. Nu is Huub Koch ontwerper en het interesseert hem
bijna vier decennia later vooral hoe het idee dat achter Shocking Blue
zat, het ware concept van het succes was.
Een ander hoofdstuk dat me trok was de beschrijvingen van tal van
platenzaken, die het Haagsche in de loop de decennia rijk is geweest.
Hierbij worden niet alleen de kopers maar ook de verkopers aan het woord
gelaten. Platenzaken waren er veel in Den Haag en ook Scheveningen zat
er niet zonder. Platenverkoop vond ook elders plaats, ondermeer in
warenhuizen als Galeries Modern en Vroom en Dreesmann en daarnaast de
witgoedwinkels, die een speciale platenhoek hadden tot het einde van de
jaren zeventig van de vorige eeuw. Skip Voogd is een van de personen die
zijn herinnering aan het platen kopen mocht beschrijven. Opmerkelijk is
het verhaal dat in de tijd van armoede, direct na de Tweede
Wereldoorlog, Skip al bezoeker en koper was, van voornamelijk Jazz
muziek. Uiteraard hebben we het over de tijd van de 78 toerenplaat,
waarbij een tekort ontstond aan 'schellak' het materiaal dat werd
gebruikt voor het aanmaken van de 78 toerenplaat. De oplossing was o zo
simpel. Twee grijsgedraaide platen inleveren bij de platenwinkel en een
kleine bijbetaling leverde een nieuwe recente release op en de
ingeleverde platen werden gerecycled.
Zo maar een paar van de hoofdstukken en anekdotes die in: 'En dan nu de
polonaise. Muziek in Den Haag en Scheveningen' staan. Bovendien dient
vermeld te worden dat het boek zeer rijkelijk is geïllustreerd met voor
95% aan materiaal dat ik in eerdere publicaties niet eerder tegenkwam.
Zoals U ziet een waardige schat aan informatie en ik raad U dan ook aan
deze polonaise vol glorie te gaan beleven door het boek snel bij Uw
boekhandel te bestellen.
HANS KNOT