42 jaar bleef het REM platform op zee bestaan
De Nederlanders woonachtig in het Westen van ons land werden in augustus 1964
verrast met de komst van televisie-uitzendingen,
die voorzien waren van een commercieel sausje. Programma’s voornamelijk
aangekocht uit ondermeer de soapkeuken van de Verenigde Staten. Onder de naam
‘RTV Noordzee’ werd er vanaf een kunstmatig platform op de Noordzee, voor de
kust van Noordwijk, uitgezonden in internationale wateren. Nederland verkeerde
in 1964 nog steeds in een tijd dat veel ‘verboden’ was en toch af en toe er
strijdlustige mensen waren die initiatief vertoonden met als doel de stijve
gedragingen van regerende volksvertegenwoordigers
te doorbreken. Zo ook met de uitzendingen
van zowel Radio als TV Noordzee. De eerste berichten aangaande het radio en
televisieproject waren al medio 1963 in de kranten te lezen. Voorbereidingen tot bouw van het platform vonden plaats in het
Ierse Cork. Toen al werd er volop in de kranten gesuggereerd
dat er maatregelen tegen de eventuele uitzendingen
zouden kunnen worden genomen en het station vroegtijdig de nek omgedraaid zou
worden. Dergelijke dreigende opmerkingen
waren er in 1960 ook al volop door verschillende ministers geuit toen Radio
Veronica met haar uitzendingen vanaf
zee begon. Dit alles om de doorbreking van de monopoliepositie van de toen
bestaande publieke omroepen binnen het bestel te voorkomen. Allerlei redenen
werden er verzonnen waarom er spoedig een einde moest komen aan de uitzendingen. Storingen
op noodfrequenties, interferentie op frequenties van bevriende naties en veel
meer aantijgingen werden er geuit
richting de directie van Radio Veronica. En toch hield deze organisatie het
meer dan 14 jaar vol met het verzorgen van haar uitzendingen
van radioprogramma’s vanuit internationale wateren. Helaas was dit niet
weggelegd voor RTV Noordzee. Hans Knot neemt U mee terug naar de tijden van de
inbeslagname van de REM apparatuur en vertelt U wat er nadien zoal met het
platform op de Noordzee gebeurde.

Programmaoverzicht
eerste
Uitzenddag
TV Noordzee
De Nederlandse volksvertegenwoordiging, in vergadering bijeen, had op 17
september 1964 al besloten dat er een einde diende te komen aan de radio en televisie-uitzendingen vanaf het kunstmatige platform in de Noordzee,
ter hoogte van Noordwijk, genaamd het REM eiland. Met grote meerderheid, te
weten 114 tegen 9 stemmen, gingen de
leden van de Tweede Kamer akkoord met het regeringsvoorstel,
waardoor de uitzendingen van RTV
Noordzee onmogelijk moesten worden gemaakt. Het toenmalige kabinet kreeg de
steun van op één na alle afgevaardigden van de socialistische oppositie, zelfs
van alle oppositionele partijen, behalve de Boerenbond. Minister Scholten van
Justitie beloofde het wetsvoorstel met spoed door te sturen ter bekrachtiging
door de leden van de Eerste Kamer. De hele procedure vergde vele weken.
Getekend op 3 december 1964 door de toenmalige Koningin Juliana was, via de wet
installaties Noordzee, eigenlijk het lot van RTV Noordzee als geheel voorbestemd.

Overzicht
tekening actie Nederlandse overheid
De kranten, nationaal en internationaal, schreeuwden het uit op 17 en 18
december 1964. De Britse Evening Standard
kopte ‘Cops put stop to pirate pops’. De
Duitse Bild, de sensatiekrant van het
toenmalige West Duitsland, bracht als kop
‘Polizei besetzte Piratensender TV Nordsee’. Een andere krant uit Engeland, The
Evening News, had op de voorpagina ‘Swoop on Isle Pirates’ neergezet. Maar de
Nederlandse kranten haalden anders uit: ‘Veste van REM
valt’,
‘Sonja’s stem ten afscheid’ en ’17 december 1964, 9.00 Uur U.’ Maar wat
gebeurde op aangegeven datum en tijdstip?
Heel duidelijk dient gesteld te worden dat de autoriteiten de pers hadden
geïnformeerd want uitgebreid werd in de kranten een verslag gedaan van de
activiteiten die op die ochtend van 17 december 1964 hadden plaatsgevonden. Men
had recht om in te grijpen gezien de Nederlandse regering
de zogenaamde anti REM-wet van kracht had laten worden. Een groot deel van de aanwezige
persmensen hadden aan boord van de MV Clasina, een kotter, de snelle
luchtlandingsoperatie van de marine en Rijkspolitie kunnen gadeslaan. Anderen
hadden gebruik gemaakt van kleinere bootjes om vooral niets te missen van de
geplande actie. Even voordat de actie begon had de bemanning van de MV Delfshaven
het REM eiland, waarop RTV Noordzee haar uitzendingen
uitstraalde, inclusief de bijna 100 meter zendmast, in volle verlichting gezet.
Hierdoor stond het platform in helwit getekend en onder het vliegdek floepten
felle lampen aan.


Overval op het REM eiland
Precies op het tijdstip van zonsopgang, die donderdagmorgen om 8.43 uur,
dook het betonvaartuig Delfshaven van het Loodswezen uit de ochtendnevel op. De
perslieden doken, al dan niet beladen met camera’s, zowat over elkaar heen,
toen het vaartuig over de korte, felle, deining richting het REM eiland was
gevaren. Maar de bemanning van de Delfshaven was niet alleen, gezien niet veel
later het geluid van naderende helikopters werd gehoord, drie in totaal. Het
bleek de hoofdmacht te zijn die de zaak deskundig zou ontregelen voor de mensen
op het eiland. Beneden in de studio was een technicus het volgende uitzenduur
aan het voorbereiden, wat de volgende programmaband scherp zetten betrof.
Gepland was een aflevering van ‘Flessenpost’ met presentatrice Sonja van
Proosdij.

Omroepsters
Hetty Bennink
en Sonja van
Proosdij
De actie, georganiseerd door de overheid nadat in de Tweede Kamer en Eerste
Kamer een wet tegen de REM was aangenomen, had commandant van dienst van de
luchtvaart van de Rijkspolitie, E. Gerritsen, als leider. Vanuit de Sikorsky
helikopter met het nummer 135, werd hij snel op het platform neergelaten,
gevolgd door een groot aantal collega’s, ondermeer wachtmeester A.J. van der
Spek. Binnen drie minuten, zo wil de overleving, wemelde het van de
Rijkspolitie en werd het eiland officieel bezet en de apparatuur verzegeld. De
actie was om half één in de middag beëindigd, wat betekende dat de helikopters
weer veilig op de basis stonden en de Delftshaven weer in de thuishaven was
teruggekeerd. De Nederlandse kijkers van TV Noordzee waren de daarop volgende
avond zwaar ontstemd dat alleen nog de uitzendingen van Nederland 1 en
Nederland 2 overbleven. Sinds 1 oktober 1964 waren de uitzendingen van
Nederland 2 – na een periode van proefuitzendingen – opgestart, en dat gelijk
aan Nederland 1 met een beperkt aantal uitzenduren per avond. Uiteraard zweeg
ook Radio Noordzee, dat via de 214 meter actief was, na de inbeslagname door de
autoriteiten.

Commandant
Gerritsen
Heel opmerkelijk was dat op de dag van de bezetting van het REM eiland in
Straatsburg een bijeenkomst was van een commissie van de Raad van Europa,
waarbij de laatste hand werd gelegd aan een internationale conventie ter
bestrijding van de zeezenders. Men kondigde op een persconferentie aan dat het
zogenaamde Verdrag van Straatsburg op 20 januari 1965 door de Raad van Ministers
van de Raad van Europa zou worden ondertekend. Waarna het Verdrag van kracht
zou worden als het door drie landen zou worden geratificeerd.
De kranten suggereerden ook die keer
volop dat de ratificatie door Nederland snel zou geschieden en na de
inbeslagname van het REM eiland ook snel een einde zou komen aan de
uitzendingen van Radio Veronica.
Ik moet met schaamte toegeven dat ik in die zeer intense periode van knipsels
verzamelen vaak vergeten heb de bron erbij te vermelden. In ieder geval knipte ik op 18 december 1964 ook het volgende
bericht uit betreffende de eventuele uitkering van de verzekeringsmaatschappij:
‘Een woordvoerder van Lloyds te Londen, die het REM eiland tegen schade heeft
verzekerd, weigerde vanmorgen elk
commentaar. Op de vraag: “Lloyds heeft het eiland toch ook verzekerd voor het
geval het door de Nederlandse regering in beslag zou worden genomen?” antwoordde de
woordvoerder: “Dat is inderdaad gezegd, maar ik kan dit niet bevestigen.”
Het Vrije Volk bracht de volgende dag een kort interview met Kapitein Erik
Gerritsen, die, zoals gemeld, als eerste op het REM eiland landde: “Korporaal
Groenink had zo gemanoeuvreerd met zijn machine dat ik precies op het randje
van het dek terecht kwam. Dat was noodzakelijk om aanraking met de over het dek
gespannen antenne te voorkomen. Op die antenne stond namelijk een hoge
spanning. Na mij kwamen opperwachtmeester A.J. van der Spek, wachtmeester 1e
klasse M. van der Berg en de heer R.J. Knobbe, hoofd van de bijzondere
radiodienst van de P.T.T. op het platform”. Voor de anderen kwamen moest
kapitein Gerritsen eerst de zender uitschakelen zodat de antenne niet langer onder spanning zou staan. Gerritsen: “De
eilandbewoners stonden te fotograferen toen we naar beneden kwamen, maar ze
verdwenen toen we heelhuids op het dek stonden. Er werd geen tegenstand
geboden, maar ik werd ook niet geholpen met het uitschakelen van de zender. Ik
moest het zelf maar uitzoeken. Ik had zoiets horen mompelen dat er 1500 volt op
de antenne zou staan. Ik heb ze ook verteld wat ik kwam doen, maar dat was
uiteraard geen nieuws voor ze.”
Negen mannen troffen de gelande politiemannen en PTT ambtenaren op het REM
eiland aan. Het bleken drie Belgen en twee Nederlanders te zijn. Ze zijn op het
eiland achtergebleven en werden dus niet gearresteerd. Wel werd tegen vijf van
hen, technici die de zenders bedienden, een proces verbaal opgemaakt. De vitale
onderdeeltjes van de zender, die door kapitein Gerritsen en de heer Knobbe van
het eiland werden meegenomen, werden – aldus de verslaggever van het Vrije Volk
– in kleine handige kistjes meegenomen naar Hoek van Holland. Op de kistjes was
een strook opgeplakt met de letters ‘MJ’, wat stond voor ‘Ministerie van
Justitie’.
De Nederlandse lezers wisten toen de kranten ook al te bestormen met
talloze ingezonden brieven, hetgeen
een dag na de inbeslagname al was te merken. De Telegraaf meldde dat deze
brieven duidelijk lieten zien, hoezeer de gehele gang van zaken het Nederlandse
volk beroerde. ‘De storm breekt los!’ Eén van de ingezonden
brieven was afkomstig van een groep vliegtuigbouwers van de luchtmachtbasis
Valkenburg, vanwaar de actie tegen het REM eiland deels was georganiseerd:

Testbeeld
RTV Noordzee
‘De REM is weg. Deze kreet klonk ’s morgens ook over het marinevliegkamp
Valkenburg, de plaats waarvan de fatale helikopters opstegen om hun raid op het
REM eiland uit te voeren. De drie Srikorskies, geregistreerd
134, 135 en 137 van het Squadron nummer 8, dat onlangs van de ‘Karel Doorman’
naar Valkenburg terugkeerde, stegen ’s morgens onder grote belangstelling, evenals
met grote afkeer van de vliegtuigbemanning, op om hun oorlogje in de dop ten
tonele te brengen. Met angstige spanning werd hier op het vliegveld het verloop
van de strijd gevolgd, bijvoorbeeld via Scheveningen Radio.’ Via een van de
kanalen van Scheveningen Radio was inderdaad een gedetailleerd verslag te
volgen van journalisten en hun redacties. Ook toen de helikopters terugkeerden
op de basis was de stemming bepaald niet regeringsgezind
te noemen. De brief ging verder met: ‘Hiermee willen we te kennen geven dat ook
de Marine Luchtvaart Dienst de REM een warm hart toedroeg, al moest ze zelf aan
haar ondergang meewerken. Wij allen hebben aan TV Noordzee een goede vriend
gehad, die met haar dikwijls goede films de lange en saaie zuilenavondjes
opfriste. Wij zullen ons piraatje missen, maar hopen allemaal dat hij vlug
terug zal komen en grandiozer dan ooit. Zo ziet U brave burgers dat gij geen REM verziekers moet roepen tegen
de jongens van de M.L.D. want wij zijn voor de REM!’

Unieke
sticker, één van de eerste ooit?
Laat me nog een aantal reacties van de lezers
noemen. Allereerst die van J. van der Ligten uit Hilversum, die stelde: ‘Bij
het horen van het nieuws bekroop me een misselijk makend gevoel van schaamte
omdat ik onderdaan ben van een land, waar zo iets kan gebeuren, waar dergelijke
wetten, die uitsluitend dienen om het belang van een zeer kleine minderheid te
beschermen, uitgevaardigd kunnen worden. Schaamte ook tegenover de herinnering
van de tallozen die vanaf de 80-jarige oorlog tot in 1945 hun leven gegeven
hebben om de vrijheid. Hebben we voor dit soort slavernij gevochten, om ons
volk gebukt te zien gaan onder het juk van een bende demagogen die notabene
onder ede staan om de belangen van het volk te dienen en dan niet anders doen
dan hun eigen belangen en die van hun partij te bevorderen, dit tegen de wil
van het volk in.’
Bunschoter Welter schreef: ‘De volksvertegenwoordigers (wie lacht daar) hebben het dan toch voor
elkaar. De REM is uit zee gehaald. Een prestatie van onze politici van de
eerste orde. Het antwoord dat wij van onze kant kunnen geven is, drijf de
bestaande omroepen de Noordzee in door ‘en bloc’ het lidmaatschap op te zeggen.
Doen wij dit niet, dan had Wim Kan toch gelijk door ons te vergelijken met 12
miljoen oliebollen op aardgas.’
Een zekere Brederode uit Santpoort verwoordde
zich als volgt: ‘Via de nieuwsdienst van de radio vernam ik dat de uitzendingen van de REM werden verboden. De heren
regeerders worden bedankt. Dat hebben ze weer fijn voor elkaar gebokst, mede
dankzij een wet uit de oudheid van 1904 inzake de regulering van de P.T.T. en
de Telefoon en Telegrafie. Wat een land, wat een conservatisme, waar dit alles
mogelijk is. Kunnen wij nu ook onze antennes tegen terugbetaling bij de regering inleveren? Het zijn er enkele
honderdduizenden waar de fiscus toch het nodige geld aan heeft verdiend. Tot
Verolme en vele anderen betrokken bij de REM zou ik willen zeggen: U hebt ons
veel plezier en genoeglijke avonden bezorgd, maar begin nooit meer iets in dit
gekke land met zijn gekke maatregelen.’
Eerder haalde ik al een aantal koppen uit de
buitenlandse kranten aan, maar er is er één die ik graag wat uitgebreider naar
voren haal. Het was ‘The Washington Post’ die in een beschouwend artikel van de
hoofdredactie sprak over een goed uitgevoerde ‘beperkte’ oorlog. Men vond het
ingrijpen door de Nederlandse autoriteiten een bewijs voor de paraatheid van de
NAVO. Op een doeltreffende manier was er door de Nederlandse politie en marine
een piratentelevisiezender tot zwijgen gebracht: ‘Inderdaad bedreigde TV
Noordzee de veiligheid van West Europa. Eén miljoen kijkers in Nederland werd
rechtstreeks blootgesteld aan zulke verderfelijke wapens als ‘Ben Casey’, ‘Rin
Tin Tin’ en ‘De Onzichtbare Man’. De Nederlandse ‘force de frappe’ was tegen de
situatie opgewassen en de piraten werden gemakkelijk overwonnen door een uit
helikopters gedropte invasiemacht. Maar, hoewel de piraten de schermutseling
mogen hebben verloren, zullen ze de oorlog misschien winnen, want het is nu
waarschijnlijker dat ruime radio- en televisiefaciliteiten in Nederland
goedkeuring zullen verwerven. Van hier uit gezien kunnen wij de Nederlanders
slecht meedelen dat er geen echte defensie bestaat tegen absolute wapens als
voornoemde programma’s. De enige goede vergeldingstrategie is een drukknopreactie
genaamd ‘de knop omdraaien’.
Enkele dagen na de inbeslagname was in verschillende kranten te lezen dat
High Seas Television, de nieuwe beheerder van RTV Noordzee, eigenlijk een lege
onderneming was. De vennootschap, zo hadden journalisten uitgezocht, was op 13
november 1964 opgericht door de heer
Pawson, eigenaar van een taxibedrijf in Londen. Er waren twee aandeelhouders
namelijk Pawson zelf en mevrouw Joyce Pratt uit Surbiton in Essex, die procureur
notaris was en kantoor had aan Broad Street in Londen, waar de onderneming ook
op stond geregistreerd. Beiden namen
voor 1 Pond, destijds rond de 10 gulden, deel in de nieuwe onderneming. Pawson
trok zich echter na een paar week al terug uit de onderneming, ondanks dat hij
weinig tot geen risico liep. De onderneming had dus alleen een formeel
karakter.

Enkele dagen voordat het REM eiland in beslag werd genomen waren de
eigenaren, zo dachten ze, zo slim hun aandelen pakket van de hand te doen en
wel aan de internationale onderneming High Seas Television, gevestigd in
Londen. De directeur, de toen 55-jarige Eric Bent, maakte bekend dat er een
officieel protest ingediend zou
worden. Hij zei, dat naar mening van zijn advocaten de Nederlandse actie onder
het internationale recht geen wetskracht bezat. Hij stelde tevens niet van plan
te zijn een international incident te veroorzaken. De Nederlandse raadsman van
de onderneming was de in Amsterdam gehuisveste mr. H.J. Sluyter. Hij weigerde een dag na de entering zijn eventuele
procesgang al in de openbaarheid te brengen. Ook werd er een persconferentie
gegeven waaruit bleek dat zowel Sluyter als gedelegeerd commissaris van de REM,
mr. H.J. Minderop, vooraf waren benaderd door de officier van justitie in
Amsterdam, mr. J.F. Hartsuiker. Beide heren hadden gesteld geen medewerking te
verlenen aan de justitie maar ook geen verzet te bieden. Hartsuiker maakte
tevens bekend dat de volgende stap in de actie ten opzichte van RTV Noordzee de
vordering tot gerechtelijk vooronderzoek
zou zijn en als dit gesloten zou zijn dan diende er spoedig een mogelijke
dagvaarding te worden uitgebracht. Over eventuele straffen werd gemeld dat voor
de overtreding van artikel 20 van de telegraaf- en de telefoonwet zes maanden
gevangenisstraf of f.5000,- zou staan. Op het verbreken van de zegels, die op
de zenders werden aangebracht, stond nog eens twee jaar gevangenisstraf.

Genomen door
bemanningsleden eiland
Zoals in eerdere publicaties betreffende het REM gebeuren door me genoemd
was het voor de kijkers mogelijk aandelen te nemen in het project. Maar hoe
reageerde de beurshandel de dag van de bezetting van het REM eiland? Ondanks het
nieuws van de justitiële actie bestond er die dag toch enige vraag naar REM aandelen.
De koers van het aandeel ging opmerkelijk genoeg zelfs enigszins omhoog en kwam
op f.17,00 te staan tegen de vorige dag f.16,25.
Op 19 december 1964 bleek dat onze westelijke buren konden lezen dat er in
het Hogerhuis ontevreden was
gereageerd op de acties van de Nederlandse
autoriteiten: ‘Engeland wil overeenstemming met andere Europese landen voor een
gezamenlijk optreden, alvorens iets te doen tegen piratenzenders op schepen die
buiten de Britse kusten opereren’. Dat bracht Lord Hogson in het Hogerhuis naar voren. Hij voegde eraan toe dat de
Nederlandse regering een drijvend
radio – en televisiestation met behulp van de marine het zwijgen had opgelegd:
“Wij achtten het beter dat deze kwesties door een internationale overeenkomst
worden geregeld. Wij menen dat het
probleem van de piratenzenders niet door unilateraal optreden kan worden opgelost,
omdat de storing dan zal voortduren.”

Één van de
ingezette helikopters
De programma’s van RTV Noordzee hadden in de maanden voor de actie van de
overheid bewezen dat ze aansloegen bij het kijkerspubliek in het Westen van
Nederland. Vooral de diverse series sloegen enorm aan, waarbij ook de vroege
avond programmering van familieprogramma’s erg werd gewaardeerd. Dit had de
bestaande publieke omroepen aan het denken gezet en besloten werd in de tweede
helft van het winterseizoen ook series te gaan aankopen en inzetten, iets wat
tot op dat moment op schrale wijze had plaats gevonden in Bussum. De toenmalige
directeur televisie van de AVRO, Siebe van der Zee, stelde in de week na de
inbeslagname serieus te overwegen bepaalde populaire programma’s van RTV
Noordzee te willen overnemen van de REM exploitanten. Gedacht werd aan het zeer
populaire programma ‘Ben Casey’’, ‘The Saint’ en ‘Wagon train’. In één van de
kranten werd trouwens gesuggereerd
dat men met de leiding van de AVRO zeker tot overeenstemming zou gaan komen.
‘Want’, zo stelde men, ‘de directeur van de REM, Joop Brandel, had zich ondanks
vele en drukke vergaderingen weten vrij te maken om samen onlangs met de REM
omroepster Hetty Bennink deel te nemen aan het AVRO TV spel ‘Wachtwoord’.

Brandel met
een glimlach kijkend naar minister Scholten
Voor een grote groep van medewerkers was ook opeens de toekomst onduidelijk
geworden. Zo was er producer Dick Harris, die speciaal voor het REM project
zijn baan bij de VARA had opgezegd. Binnen een paar maanden na zijn eerste
werkuren voor RTV Noordzee was het al weer totaal stil in de kantoren van de
REM in Amsterdam. Voor velen was er spoedig toch weer werk binnen radio en
televisieland. Dick Harris verhuisde naar onze oosterburen waar hij door Rudi Carell
werd ingehuurd om mee te werken aan
zijn steeds groeiende carrière in het toenmalige West Duitsland.

MV
Delfshaven
Op 22 december 1964 maakten diverse kranten bekend dat de eigenaren van de
REM apparatuur toch niet zo blij waren met de verzegeling van de zenders, zoals
in opdracht van de overheid was geregeld.
In de Tweede Kamer werd door mevr. Van Someren- Downer (VVD) gesteld dat het
onverantwoord was dat de apparatuur was verzegeld en dat de bestaande situatie
zou leiden tot complete verwoesting van de zenders. De reden was dat
onderhoudstechnici bij de toen aangebrachte verzegeling geen ruimte hadden om
tot de inhoud van de kasten te komen. Ze stelde aan de regering
de vraag of de zegels op een zodanige manier zouden kunnen worden aangebracht
zodat onderhoud wel mogelijk zou zijn. Zij wees er tevens op dat, wanneer er geen
verandering zou komen in de verzegeling, corrosie en ander bederf vrij spel op
de zenders zouden krijgen. Evenals Tweede Kamer Lid voor de KVP, Blaisse,
pleitte ze ervoor zo snel mogelijk op land ruimte te zoeken voor herplaatsing
van de televisiezender van het REM-eiland. Op 24 december togen twee ambtenaren
van de P.T.T. naar het eiland. Het hoofd van de bijzondere radiodienst, R.J. Knobbe,
werd vergezeld door de chef opsporingsdienst, D. Neuteboom. De laatste was
verantwoordelijk geweest voor de verzegeling en in overleg met de REM
onderhoudstechnici werden vitale onderdelen uit de zenderkast gehaald en werd
de verzegeling zodanig aangebracht dat er groot onderhoud kon worden gepleegd.

Zegel die op
de zenderkasten zat
Ook een ander onderzoek, uitgevoerd in opdracht van het Nederlands
Instituut voor Publieke Opinie, kwam met resultaten: ‘Liefst 81% van de
ondervraagde televisiebezitters in West Nederland is vóór voortzetting van TV
Noordzee door de TROS. Tweeënzeventig procent van de ondervraagde televisiebezitters,
verdeeld over geheel Nederland, is vóór voortzetting van de programma’s als TROS.
Men stelde dat het ging om een representatieve steekproef onder 920 mensen.
Gebleken is dat onder de aanhangers
van de grotere politieke partijen van de KVP’ers 62% voor was, van de PvdA 68%
en onder de ondervraagden die VVD stemden er 75% voor voortzetting had gestemd.’


Aanmelden
per kaart
Zoals misschien bekend was er tijdens de laatste weken van uitzendingen van RTV Noordzee een actie opgestart door de
medewerkers onder de noemer ‘Gooi de trossen los’, waarbij het mogelijk was lid
te worden van de TROS, Televisie Radio Omroep Stichting’. Ondanks de
inbeslagname van de apparatuur op het REM-eiland bleven de Nederlanders de REM
trouw want eind december 1964 werd bekend dat er een grote kans was, dat de
TROS in de toekomst een publieke omroep zou worden gezien al liefst 230.000
Nederlanders zich hadden aangemeld voor een lidmaatschap van de TROS. In
werkelijkheid was de aanvraag voor een concessie al op 7 december
ingediend door het bestuur van de TROS-REM en
gedeponeerd bij de minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen. In de
aanvraag was vermeld dat de TROS het liefste de zendtijd zou willen hebben op
Nederland 1 of het toekomstige Nederland 2 en wel in de uren tussen half 7 en 8
in de avond als wel tussen 10 en half 12 in de avond. Juist die uren waarin de
RTV Noordzee destijds haar televisie-uitzendingen
verzorgde. Bovendien had het bestuur in de brief gesteld dat, in afwachting van
de beslissing van de minister, men graag een voorlopige bestendigheidmaatregel
wenste. Hierbij dacht men aan een tijdelijke machtiging om de Noordzee
televisiezender en radiozender te mogen gebruiken. De toenmalige
verantwoordelijke minister van OKW was mr. Th. Bot en deze verklaarde, naar
aanleiding van de tijdelijke aanvraag, dat het onmogelijk zou zijn de zenders
op het REM eiland voor dit doel te activeren. Een reden gaf hij echter niet
aan.

Op 6 januari 1965 stond in het Haarlems Dagblad het volgende te lezen: ‘Het
officiële protest dat de Britse High Seas Television bij de Nederlandse regering heeft ingediend
tegen het verzegelen van de zenders, is geschiedt door de raadsman mr. Sluyter
te Amsterdam’. Hij had een soortgelijk protest ingediend
namens de eigenaren van het eiland, de Panamese maatschappij Exomar’. Beide
protesten zijn toen ter afhandeling in de handen van Justitie gesteld. De
eigenaren en de Britse onderneming maakten bekend dat ze voorlopig zouden
volstaan bij deze protesten. Sluyter beantwoordde nog wel de vraag van een
journalist of eventueel gebruik zou worden gemaakt van een strafzaak tegen de
Nederlandse staat: ‘Daar staat in het wetboek een mogelijkheid van een periode
van vijf jaar voor en dus hebben we daar alle tijd voor.’
Eind februari 1965 meldde de redactie van ‘Revue der Reclame’ dat de
uitzendingen van RTV Noordzee wel degelijk invloed hadden gehad op de
uitzendingen van Radio Veronica en Radio Luxembourg. In het laatste kwartaal
van 1964 had Radio Luxembourg, dat nog overdag een groot aantal uren in het
Nederlands programmeerde, een terugval
in reclameomzet van zes procent. Bij Veronica was dit percentage zelfs 15%. Als
gevolg daarvan werden vele freelancers aan de kant gezet en andere programma’s
van freelancers ingekort.
Op 26 februari 1965 werd bekend dat de technische dienst van de P.T.T.,
destijds verantwoordelijk voor het zenderpark in Nederland, een advies had
gegeven aan het kabinet over de toekomst van de televisiezender, die op het REM
eiland stond opgesteld. Er waren namelijk andermaal vragen gesteld door het
toenmalige Tweede Kamerlid voor de VVD, mevr. van Someren-Downer. Zij meende dat
door het inzetten van de zender op het eiland op die manier een grote
televisiekeuzemogelijkheid zou kunnen worden verwezenlijkt. De P.T.T. keurde
het idee echter af gezien de zender op het eiland werkte op kanaal 11, gelijk
aan een televisiezender in het Teutoburger
Woud. Hierdoor zou storing op elkaars frequentie kunnen worden veroorzaakt.

Tweede kamer lid Haya van Someren-Downer
Onmiddellijk na de eerste berichtgeving betreffende het negatieve advies
stelden deskundigen dat de sterkte van de zender op het REM eiland eenvoudig
zou kunnen worden beïnvloed door het wijzigen van de hoogte en de constructie
van de antenne. Als tevens de gerichte
antenne zou worden vervangen door een zogenaamde rondstraler, zou de
veldsterkte van de zender tot minder dan de helft kunnen worden teruggebracht.
Uiteraard was het mogelijk de frequentie van bijvoorbeeld kanaal 11 naar 10 op
te schuiven. Het was tevens een kanaal dat voor uitzendingen
aan Nederland was toegewezen op de toenmalige conferentie van de International
Telecommunication Union, de ITU, gehouden in Stockholm. Hetzelfde kanaal werd
al gebruikt bij een steunzender in Den Helder en tevens door een Belgische zender
gevestigd in Waveren. Maar voor de regering
bleef het PTT advies bindend en ging het voorstel de prullenmand in.
Op 8 april 1965 werd er in de kranten melding gemaakt dat een woordvoerder
van het parket in Amsterdam had bekend gemaakt dat er niet bij benadering kon
worden gezegd wanneer de verdachten in de REM-zaak hun dagvaarding zouden
ontvangen. Het gerechtelijk
vooronderzoek was, volgens de woordvoerder, nog steeds niet afgerond. De verdachten in de REM affaire, waaronder
enkele buitenlanders, zouden zich te zijner tijd – zo was de verwachting – voor
de rechtbank moeten verantwoorden wegens het illegaal uitzenden van
televisieprogramma’s vanaf het REM platform, dit nadat de anti REM wet
officieel van kracht was geworden.
Op 28 april 1965 heeft er een cynisch artikel gestaan in een niet bij name
te noemen krant. De bron is namelijk niet vermeld op het archiefstuk. Als kop
had het artikel: ‘Laatste resten blootgelegd van het zuilenrijk ‘Holland’’. Het
'gesloten' bestel lag destijds onder vuur, wat inhield dat er meer ruimte moest
komen naast de traditionele omroepen die er tot op dat moment in Nederland
actief waren. Toen er eenmaal zicht kwam op een tweede televisienet, ontspon
zich de discussie of dat niet commercieel moest worden. Vooraanstaande voormalige
REM medewerkers, verenigd in de TROS, opteerden los daarvan voor een eigen
commercieel net. De politiek had het er moeilijk mee en uiteindelijk viel zelfs
het toenmalige kabinet Marijnen over deze omroepkwestie.’

Een reclame
uitdaging voor de REM
Maar het fictieve artikel, zogenaamd geschreven in Parijs op 20 april 3500,
gaf een verslag over het verlies van het starre omroepbestel in Nederland en
historische vondsten die er waren gedaan. Laten we bij een deel van het verslag
stilstaan: ‘De zekerheid dat het rijk eens heeft bestaan volgt uit het vinden
van brokstukken van zeker vijf zuilen. Deze zuilen waren opgetrokken in
afzichtelijke proporties, wat kan duiden op een zekere onbeheerstheid in de
vormgeving van die dagen, dan wel op een verregaande zucht tot overheersing van
het landschap. De fundering van deze zuilen was niet in overeenstemming met hun
omvang. Duidelijk was dan ook te zien dat hun voetstukken steeds verder in de
drassige ondergrond waren weggezakt. Voorts bleek dat men omstreeks 1965 nog
getracht had de zaak te redden. Door Professor Sucre werd ter plekke een
bronzen plaats aangetroffen met het opschrift ‘1965 Het Open Bestel’. De
benaming ‘open bestel’ bedankte het geheel waarschijnlijk aan zijn
doorzichtigheid, want binnen de vijfhoek te komen moet destijds onmogelijk zijn
geweest.’

Control room
Maar het ging nog verder, want ook het REM eiland kwam ter sprake in het
verhaal: ‘Een aantal mijlen uit de kust deed professor Sucre zijn volgende
ontdekking. Hij vond een groot stalen gebouw op zware stalen poten. Het moet
bijna zeker worden geacht, dat een aantal mensen de ondergang van het
zuilenrijk heeft zien aankomen en daarom dit eiland op poten heeft gezet. Het
eiland had een volledige verblijfsaccommodatie en er bevond zich een, voor het
midden van de 20ste eeuw, zeer moderne televisiezender. Aan deze,
als museumstuk, zeer belangrijke zender, ontbreken echter enkele vitale
onderdelen. Waarschijnlijk heeft het ineenstorten van de zuilen zoveel deining
veroorzaakt, dat het eiland genoeg was en deze onderdelen met de bewoners zijn
weggespoeld.’
Op 27 juli 1965 was er opeens nieuws vanuit de
rechtbank in Amsterdam. De toenmalige officier van justitie, Mr. Dr. J.F.
Hartsuiker maakte namelijk bekend dat de zaak, aangespannen tegen de eigenaren
van de REM wegens overtreding van de anti REM-wet, was geseponeerd. Reden
hiertoe was dat vanuit de directie van de REM bij akte was beloofd af ter zien
van illegale televisie-uitzendingen
gericht op Nederland. Tevens stelde hij dat er toestemming
zou worden verleend aan de eigenaren om de verzegelde zendapparatuur te
ontmantelen en af te voeren naar het vaste land. Daarmee was officieel ook het
beslag op deze apparatuur opgeheven. Wel werden vervolgens de essentiële onderdelen
ter beschikking gesteld aan het parket te Amsterdam, om het op die manier
onmogelijk te maken dat alsnog tot herstart van de uitzendingen zou worden overgegaan.

In een latere verklaring in het avondblad Het
Vrije Volk werden enkele redenen aangegeven waarom de zaak geseponeerd was.
-
Omdat, gezien de verklaringen, geen herhaling
van de illegale uitzendingen behoefde te worden gevreesd.
-
De verdachten vreemdelingen waren die in
verschillende landen buiten Nederland wonen. De verhoren dienden dus te
geschieden via een rogatoire commissie uitgaande van de Amsterdamse
rechter-commissaris en gericht
tot zijn ambtgenoten in België, Engeland en Panama. ‘Het moet duidelijk
zijn dat dit onderzoek veel tijd zal gaan kosten en dat de tijd liggende
tussen het plegen van de strafbare feiten en de berechting daarvan,
aanzienlijk zal zijn.
-
De zendinstallaties opgericht
zijn op een tijdstip dat het plaatsen daarvan nog niet volgens de
Nederlandse wetgeving strafbaar was.
-
Er niet meer dan vier dagen – overigens niet in
het verborgene - is uitgezonden.
Het bestuur van het REM project maakte dezelfde
dag bekend dat er nog onzekerheid was inzake de toekomst van de 350.000
aandelen die er in 1964 waren verkocht. ‘Het REM bestuur zal zich de komende
dagen beraden over de verdere toekomst van het vennootschap en binnen enkele
dagen daarna zullen de kleine aandeelhouders worden geïnformeerd over hun
financiële situatie.’

De eerder genoemde helikopters, met als
thuishaven de luchtmachtbasis Valkenburg, maakten vaak proefvluchten boven de Noordzee
en op 18 augustus 1965 moest één van de marinehelikopters, de Sikorsky SH 34 J,
in de directe omgeving van het REM eiland een noodlanding maken in zee. De
bemanning werd later opgepikt door twee andere helikopters. Het Algemeen
Dagblad meldde de volgende ochtend dat het niet duidelijk was wat de helikopter
te zoeken had in de buurt van het REM eiland. En nog opmerkelijker werd het dat
de MV Delfshaven, nauw betrokken bij het bezetten van het REM eiland, en de
mijnenveger ‘Lochum’ vanuit
respectievelijk Hoek van Holland en Den Helder vertrokken om de ronddobberende
helikopter te redden.
Op 26 oktober 1965 werd bekend dat het REM eiland te koop stond voor een
bedrag van 3 miljoen gulden. In een interview maakte ir. Heerema bekend dat een
ieder die voornoemd bedrag wenste neer te leggen in aanmerking zou komen om de
nieuwe eigenaar te worden: ‘Op het platform zelf is het stil. De zenders staan
inmiddels gedemonteerd aan wal. De Panamese maatschappij, waarvoor Heerema
vertegenwoordiger is, heeft nog steeds
niet bekend gemaakt wat men van plan is met het eiland. Volgens Heerema maakt
men wel regelmatig geld over voor de onderhoudskosten en volgens hem zou het
enorm kostbaar zijn het eiland in zijn geheel te verplaatsen. Heerema: “Ik kan
me echter wel enkele bestemmingen bedenken. Wat dacht U van een vakantieoord
voor sportvissers of een roulettecasino? Het zou ook goed zijn als rustoord
voor overwerkte mensen. Of misschien kan Rijkswaterstaat het gebruiken voor
golfmetingen?”


Een paar dagen eerder had een groep studenten van de Utrechtse jaarclub
Faustus om zeven uur in de avond het REM platform geënterd met als doel hun
installatie als lid van de jaarclub te vieren. Dankzij de kalme zee hadden de
studenten weinig moeite met het veroveren van het eiland, dat praktisch
onbewaakt was. Nadat zij het eiland hadden verkend en de vlag van hun dispuut
hadden gehesen, begonnen de eerste voorbereidingen voor een groot feest, dat
tot diep in de nacht duurde. Een ware ontgroeningpoging, die op internationale
wateren dus geheel lukte. Om middernacht werden de studenten op het
helikopterdek gedoopt door Neptunus, die de brandslang op de nieuwe studenten
richtte. In de vroege ochtend hebben de studenten daarna het eiland weer
verlaten.
Vooral in tijden van nieuwsschaarste is er jaarlijks berichtgeving in de
kranten te lezen die normaal, buiten deze periodes om, de krantenpagina’s niet
zouden halen. Zo ook in de Telegraaf van 23 augustus 1966. Men meldde in de kop
dat het REM-eiland alleen nog een spookeiland was voorzien van een misthoorn en
lampen. Het eiland was begin juni van dat jaar verlaten door de daar aanwezige leden
van het bewakingsteam onder leiding van de Katwijker Maarten van Beelen. Men
had ontslag gekregen en sindsdien stond het 90 meter hoge stalen bouwwerk er
als en verlaten spookgevaarte in de Noordzee. Men meldde een nadeel van het
verlaten door de bewakingsdienst: ‘Ernstiger
is, dat het allesbehalve is uitgesloten dat vroeg of laat onbevoegden het
eiland zullen beklimmen en daar alles wat los en vast zit zullen gaan slopen.
Dat daarbij de automatische apparatuur defect kan raken, is allerminst
uitgesloten. Zelfs bij een snelle signalering kan dit ’s nachts of bij mist tot
ernstige gevolgen leiden.’ Ondertussen werd er zowel door ambtenaren van de Dienst
Loodswezen in samenwerking met die van het Departement van Justitie overleg
gepleegd hoe eventuele problemen waren te voorkomen. De toenmalige inspecteur
generaal van het Loodswezen, Schout bij Nacht J. F. Drijfhout, stelde: “We
beraden ons intensief over wat er nu moet gaan gebeuren. Wij willen
waarschijnlijk een andere verlichting. Vooralsnog bestaan er geen plannen het
eiland te annexeren. Trouwens, wanneer we het zelfs cadeau zouden krijgen, zou
het geheel een kostbare geschiedenis worden. De kosten van onderhoud van de
installaties zijn namelijk hoog. De verzekering heeft voor het verlaten van het
eiland wel bepaalde eisen gesteld aan de automatische beveiligingsapparatuur
die de internationale vuurtorenbepalingen
benaderen, maar vanuit onze dienst zijn er nog extra eisen. We zullen hiervoor
in overleg gaan met de eigenaren.’ Duidelijk was wel dat men de mast geheel
niet zag als een eventuele vuurtoren want Drijfhout voegde er nog aan toe dat
het eiland eigenlijk alleen maar een overbodig obstakel was.
De automatische verlichting was in de zomer aangepast in opdracht van de
Panamese eigenaren door mensen van het ingenieursbureau Heerema, die
verantwoordelijk was voor de beveiliging en onderhoud. Men had enorme
accubatterijen opgesteld en een misthoorn geïnstalleerd, die dag en nacht
werkte. Slechts één maal per 6 maanden dienden de batterijen te worden
vervangen. Ondertussen werd er volop gegist over de toekomst van het REM-eiland
en doken voor het eerst ook de geruchten
op dat Rijkswaterstaat eventueel belang had om het platform als laboratorium in
te gaan richten.
Begin van de lente 1967 maakte dhr. A.A. van Rijckevorsel, namens het
ingenieursbureau Heerema Engineering Service in Den Haag, pas officieel bekend
dat de zenders van het REM eiland waren afgehaald en ergens in Nederland lagen
opgeslagen. Niet bekend was er op dat moment wat er met deze materialen zou
gaan gebeuren.

Voorpagina
allereerste REMbode
Ook in 1968 haalde het REM eiland weer de journalistieke rubrieken van de
Nederlandse Dagbladpers. Deze keer werd er melding gemaakt van de
boorvergunningen die er spoedig zouden worden uitgegeven voor de Noordzee. Er
voor verantwoordelijk was de zogenaamde mijnraad, die druk bezig was met het
opstellen van adviezen aan de minister voor Economische Zaken over de aanvragen
van in totaal twintig combinaties van oliemaatschappijen om naar gas en olie te
mogen zoeken op de Noordzee. De uitgifte van de concessies voor de blokken van
elk vierhonderd vierkante kilometer werd verwacht in de tweede helft van de
maand februari. Na een heel verhaal over de eventuele locaties van de proefboringen kwam plots ook het voormalige REM eiland in
het verhaal voor: ‘Als mede-eigenaar ir. Heerema uit Wassenaar in de komende
maanden geen koper kan vinden voor het REM eiland voor de kust van Noordwijk,
zal hij later in het jaar het platform laten slopen door een nieuw werkschip
voor constructie- en boorkarweien, dat hij binnenkort op een Nederlandse werf
zal laten bouwen. Het wordt een soortgelijk schip als destijds werd gebruikt
voor het plaatsen van het REM eiland. Volgens Heerema is het eiland ongeschikt
om omgebouwd te worden tot boorplatform omdat dit te duur zou zijn. Het eiland
is betrekkelijk goedkoop in onderhoud omdat er geen vaste bemanning meer is.’
In 1969 werd een groot deel van de apparatuur van RTV Noordzee verkocht aan
Arie Swaneveld, destijds wonende in Zuid Holland. Als fervent zendamateur liet
hij een deel van de apparatuur ombouwen om er gelicenceerd televisie-uitzendingen mee te verzorgen. Het is nooit duidelijk
geworden hoe hij echt aan de apparatuur kwam. Hij is daar altijd wazig over
geweest en wilde alleen kwijt dat hij er destijds 8000 gulden voor had
neergeteld. Het enige andere bericht dat ik kon terugvinden inzake de
opgeslagen apparatuur dateert van 12 februari 1966 in het Haarlems Dagblad: ‘In
het hoekje van de tot douaneloods omgebouwde voormalige visafslag van Scheveningen staat een indrukwekkend brok elektronisch
vernuft ter waarde van anderhalf miljoen gulden. De alles aantastende zeedamp
vreet geniepig aan de gevoelige transistors, spoelen, relais en condensatoren
van een installatie, die ruim een jaar geleden nog ‘Het sprekende paard’, ‘Mr.
Magoo’ en ‘The Saint’ binnen het bereik van vele televisiekijkers bracht.

Mr. Ed
Onder welwillend toezicht van de P.T.T. is de eens met zoveel zorg
geïnstalleerde REM apparatuur bij stukjes en beetjes per vissersschip van het
REM eiland naar Scheveningen
vervoerd. De zorgzaam maar ondoeltreffend in plastic en kratten verpakte
zenders, versterkers, filmprojectoren en regietafels wachten daar op een koper.
Wie genoeg geld biedt kan er, na flink wat werk met een poetslap en
soldeerbout, een goed uitgeruste
radio – televisiestation aan overhouden.’ Swaneveld zou later, in 1994, met
zijn apparatuur deels onderdeel uitmaken van de overzichtstentoonstelling ‘Nederlandstalige
Zeezenders’, die werd gehouden in het toenmalige Omroepmuseum in Hilversum. Ook
heeft hij één van de radiozenders, een RCA 1 kW, in 1973 verhuurd aan Radio
Atlantis. Met eigenaar Adriaan van Landschoot werd een huurbedrag van f750,-
per week afgesproken. Dit leidde uiteindelijk tot een rechtszaak omdat Van
Landschoot zijn verplichtingen ten
opzichte van Swaneveld niet nakwam. Anno 2009 liggen de oude REM spullen
opgeslagen in het Zeeuwse Oude Tonge.

Tentoonstelling
1994
Begin 1970 was er in de krant te lezen dat het REM eiland viel in de
categorie ‘het duurste wrak van Nederland.’ Het eiland voor de kust van
Noordwijk zag er slechts nog roestig, troosteloos en verlaten uit. Pogingen om het eiland te verkopen bleven vruchteloos
en de Panamese eigenaar zat opgescheept met een schadepost van 35.000 gulden
aan onderhoudskosten per maand. Toch werden de onderhoudswerkzaamheden
voortgezet omdat men hoopte ooit het eiland toch aan een andere organisatie te
kunnen verkopen. Ir. Heerema, een van de investeerders, werd aan het woord
gelaten: “Het eiland is een geliefd oord voor vogels geworden en dient van tijd
tot tijd schoongemaakt te worden en wordt dan ook van de ernstige roestplekken
ontdaan. Een volledige schildersbeurt zou echter veel te kostbaar worden en
roest heeft op vele plaatsen vrij spel. Toch zal het voorlopig nog wel een paar
jaartjes duren, voor het eiland in elkaar zal storten. Er worden al enige tijd
geen onderhandelingen tot eventuele
verkoop meer gevoerd. Bovendien heeft de heer Verolme, die zich met de
verkoopplannen bezighield, op ’t ogenblik wel andere problemen aan zijn hoofd”.

Ferry
Hoogendijk interviewt Verolme
Op 13 mei 1972, juist op zijn verjaardag, kwam REM voorganger Jo Brandel, in Rome op 68-jarige leeftijd te
overlijden. Hij was al enkele jaren ziek. Direct na het sluiten van het REM
eiland besloot hij de film- en televisiewereld, die hem zo na aan het hart
hadden gestaan, te verlaten. Verslagenheid dreef hem naar Italië om daar zijn
laatste jaren door te brengen. In de TROS Kompas, die na zijn overlijden
uitkwam, was een ‘In memoriam’ te vinden, geschreven door Mr. J.M. Landré en
Mr. H.J. Minderop.

Op 30 september 1972 was er een bericht terug te vinden in de Telegraaf
waarin de plannen van Rijkswaterstaat werden bekend gemaakt inzake de eventuele
aankoop van het REM eiland. ‘Rijkswaterstaat voert onderhandelingen om het REM eiland, dat sinds 1964 ongebruikt
in de zee voor Noordwijk staat, aan te kopen van de Panamese maatschappij
Excomar. Men neemt aan dat met de aankoop een bedrag gemoeid zal zijn van rond
de half miljoen gulden. Rijkswaterstaat wil het platform gebruiken om er elektronische
apparatuur te plaatsen voor de meting van golf- en stroombewegingen’. In Excomar hadden zowel ir. Heerema en
Cornelis Verolme belangen. Beide heren waren betrokken bij de bouw en
financiering van het REM platform in 1964.
In werkelijkheid zou het nog ruim twee jaar, na het eerste bericht inzake
Rijkswaterstaat in de Telegraaf (september 1972), duren alvorens de plannen
werden verwezenlijkt. Op 6 november 1974 meldde men: ‘Van het vroegere REM-eiland in de Noordzee is een
wetenschappelijk meetstation gemaakt. Het was goedkoper dit voormalige
televisiestation om te bouwen dan een nieuw kunstmatig eiland te bouwen.
Rijkswaterstaat heeft het verlaten kunstmatige eiland het laatste half jaar
schoongemaakt en ingericht met
apparatuur, waarvoor 1,6 miljoen gulden is uitgetrokken. De aankoop van het
eiland heeft 400.000 gulden gekost en dat is volgens de directie van het Ministerie
voor Verkeer en Waterstaat een koopje. Het bouwen van een nieuw eiland zou
ongeveer 5 miljoen gekost hebben.’ Het eiland was van naam omgedoopt in
‘Meetpost Noordwijk’ en registreerde vanaf dat moment automatisch de golfslag,
de luchtverontreiniging, stromingen en windsnelheden. In de hoge zendmast
zouden, zo lag het in de bedoeling, spoedig ook meetapparatuur geplaatst worden
ten bate van het KNMI in De Bilt. De verzamelde gegevens werden in die tijd
radiografisch doorgestuurd naar de vuurtoren in Noordwijk, vanwaar ze door
werden gestuurd naar een centrum van Rijkswaterstaat. De ramen en
patrijspoorten van het eiland waren door Rijkswaterstaat extra versterkt en
voorzien van elektronisch traliewerk, dat de wal bij onraad onmiddellijk
waarschuwde. Ook had de Marineluchtvaartdienst beloofd regelmatig het eiland
vanaf dat moment in de gaten te houden.
In juni 1976 werd bekend dat een oud TROS idee uit 1973 om een speciale
aflevering van de Duitse televisieserie ‘Tatort’ te maken rond het REM eiland,
werkelijkheid zou gaan worden. Eind van die maand begonnen namelijk de opnamen
op het voormalige REM platform in een coproductie van de TROS en de NDR.
Gepland was een aflevering van 90 minuten. Daarin speelden aan Nederlandse
zijde ondermeer mee Pieter Lutz als politieofficier, Pieter Groenier als een
kapitein van een kustwacht bewakingseenheid, Maxim Hamel als majoor van de
luchtmacht en John Leddy als
luchtmachtsergeant. Het plan van plaatsvervangend hoofd Drama van de TROS om
Rijk de Gooyer de hoofdrol te laten spelen van de Nederlandse ex
luchtmachtpiloot, die aan lager wal
was geraakt en een bankroof pleegde
en vervolgens via allerlei omwegen naar het REM eiland vluchtte, ging niet door
gezien Mooren de mensen van de NDR niet kon overtuigen van de Gooyers
acteertalenten. Ze zochten meer een Steve McQueen achtig figuur, dat men echter
ook niet in Duitsland kon vinden. Daarom werd er een Britse acteur
ingehuurd die geen woord Duits of Nederlands kende.
Brian O’Shaughnessy werd de hoofdrolspeler, maar zijn rol werd qua audio
nagesynchroniseerd door de Nederlander Peter Cuypers, die al jaren in West
Duitsland woonde. ‘Trimmel und die Tulpendiebe’ werd een paar maal op de
Nederlandse televisie uitgezonden en is voor de REM volgers
een collectors item.
Al even haalde ik 1973 aan als het jaar dat het idee tot een aflevering van
Tatort was ontstaan. Gjalt Wijnstra en Bernard Ubbink van de TROS probeerden de
NDR leiding in dat jaar al te interesseren voor het gedeeltelijk draaien van
een aflevering op het voormalige REM platform. Het was echter de directie van
Rijkswaterstaat, die even eerder het platform had gekocht, die roet in het
water gooide. Het eiland dat vele jaren niet in onderhoud was geweest, had net
een gigantische opknapbeurt en verfbeurt gehad en de nieuwe eigenaar zag het
filmen daarom niet zitten. Het idee werd twee jaar later weer opgepakt toen de
leiding van de TROS met plannen ter viering van het 10 jarig bestaan als omroep
rondliep. Er werd door Mooren een vervangend draaiboek geschreven die naar de
regie van de Duitser Friedheim Werremeier zou worden gedraaid. Andermaal kwam
de leiding van Rijkswaterstaat niet met de toestemmingsbrief over de brug. Men
had net zeer dure en ingewikkelde
beveiligingsapparatuur aangelegd en was bang voor grote schade. Na langdurig
overleg op het allerhoogste niveau werd toen door de toenmalige minister van
Rijkswaterstaat, T.Westerterp, toestemming verleend tot gebruik, dit echter
onder voorwaarden. De TROS, zo werd vastgelegd, zou als eerste
verantwoordelijke worden aangeklaagd bij eventuele schade. De NDR had voor de
aflevering, die destijds een half miljoen gulden kostte, een verzekering
afgesloten ter hoogte van 4 miljoen gulden. Voordat de opnamen tussen 22 juni
en 16 juli werden gedraaid, waren er al tal van opnamen gemaakt in Hamburg, op
Schiphol, in Soesterberg en in een nagebouwd politiebureau in Amsterdam.

Op 27 augustus 1994 was er het
volgende bericht te lezen inzake de toekomst van het REM eiland, een bericht
dat destijds vanuit de Gemeenschappelijke Persdienst was verspreid: ‘De
initiatiefnemers van het commerciële nieuwsstation AM-Nieuws zijn dringend op zoek naar een plaats om een zendmast te
bouwen. Geen enkele gemeente in Nederland heeft tot nog toe toestemming
verleend voor de bouw van een 120 meter hoge zendmast, die nodig is voor een
landelijk bereik. Als een van de locaties komt het voormalige REM eiland voor
de kust van Noordwijk in aanmerking, zegt uitgever M. van den Biggelaar.’ Op dat
moment bestond het 24 uurs nieuwsstation alleen nog maar op papier en was een
samenwerkingsverband tussen de krantenuitgeverij ‘Dagbladunie’ en uitgever Van
den Biggelaar. Men kreeg begin 1994 een middengolffrequentie toegewezen van het
toenmalige ministerie voor WVC. De 1395 kHz, die officieel voor Nederland
beschikbaar is, bleek echter voor de organisatie onbruikbaar daar dezelfde
frequentie ook door Radio 10 destijds werd gebruikt. Daardoor kreeg men
vervolgens de 747 AM toegewezen, een frequentie destijds nog in gebruik door
Radio 1, maar die spoedig alleen op de FM en kabel te beluisteren zou zijn.
Maar om op het plan tot gebruik van het REM eiland terug te komen: Nozema,
verantwoordelijk destijds voor plaatsing en onderhoud van de in Nederland gebruikte
zenders en zendmasten, onderzocht de mogelijkheid tot gebruik van het platform.
Helaas was dit niet mogelijk in combinatie met de andere activiteiten, die al
op het voormalige REM eiland werden uitgevoerd. Bovendien kreeg men geen
toestemming van de autoriteiten het eiland als medegebruiker te ‘bezetten’. Een
grote stroom aan klachten van milieuactivisten organisaties, die te grote
verontreiniging verwachtten, was de reden van de weigering.
Het station begon aan land als Veronica Nieuwsradio enkele jaren later, maar
raakte al vrij snel verstrikt in het web van tegenstanders, financiële
manipulaties en een te voortvarend programmaplan en de organisatie werd binnen
drie jaren failliet verklaard.
In de loop der jaren is er een beperkt aantal zogenaamde twee meter
expedities geweest vanaf het REM eiland. Eén van de gelicenceerde zendamateurs,
die op die manier actief zijn geweest, is Theo Tromp.
Hier volgt zijn relaas: ‘Ik schrijf 1995 en het leek me als gelicenceerd
radiozendamateur heel boeiend om samen met een andere zendamateur eens wat te
gaan doen vanaf het REM eiland, wat in die tijd nog volop dienst deed als
Meetpost Noordwijk van Rijkswaterstaat. Enerzijds omdat het in radiotechnisch
opzicht een prachtige locatie was, zonder obstakels en met prima propagatie
over het zoute water; anderzijds kwam toch ook bij mij de nostalgie een beetje
om de hoek kijken. In de maand februari van dat jaar heb ik een verzoek hiertoe
gericht aan eigenaar Rijkswaterstaat,
die aanvankelijk minder enthousiast was over dit voorstel dan ikzelf. Maar er
werd toch een paar weken later naar me teruggebeld en men had goed nieuws:
we kregen toestemming om een paar dagen vanaf het platform uit te zenden op een
aantal radioamateurfrequenties waaronder de bekende 2 meterband.
Via de platformbeheerder konden we een afspraak maken voor een eerste
verkenning en deze vond plaats op een mooie meidag. Er moest proviand worden
gebracht en personeel van boord worden gehaald. Intussen hadden mijn collega
zendamateur Rene en ik de tijd om te kijken waar we later dat jaar, in overleg
met de platformbeheerder, onze apparatuur en antennes zouden kunnen plaatsen.
Tijdens dit eerste bezoek werden we getrakteerd op een overheerlijke lunch en
het boordpersoneel vond onze plannen toch wel spannend! Tegen het einde van die
middag werd ons ingefluisterd dat er
voor de eerste week in juli onderhoudswerkzaamheden op het platform waren
gepland en wij die week mee mochten, dus hadden we nog alle tijd om dingen te gaan organiseren! Rond 15.30 uur die
middag, vertrokken wij, blij en met een heel goed gevoel, van het REM eiland
terug naar de haven van Scheveningen,
vooral denkend aan alles wat moest geregeld
worden. Denk daarbij aan zaken zoals radioapparatuur, meetapparatuur, antennes,
QSL kaarten en verzekering, om eens wat te noemen. Een bekende firma in
communicatieapparatuur te Katwijk was bereid om ons te sponsoren en men stelde
voor ons experiment kostbare apparatuur beschikbaar, zoals zendontvangers voor de VHF 2 meterband, UHF 70 cm band en de 6
meter band.

Gebruikte
uitzendantenne zendamateurs
Omdat wij beiden in die tijd nog niet over de zgn. A licentie beschikten,
mochten we helaas (nog) niet op amateurfrequenties in de kortegolf uitzenden. De
weken na dit eerste platformbezoek verstreken, we hadden onze zaken goed
voorbereid en georganiseerd en de maand juli naderde met rasse schreden. In het
daaraan voorafgaande weekend was er contact met de platformbeheerder om een en
ander af te stemmen voor het vertrek naar het platform die maandag. De bedoeling
was om ons te melden om 07.30 uur bij een Scheveningse reder en de afvaart zou vervolgens
om 08.00 zijn. Ten tijde van dit contact was het schitterend weer, het leek
erop dat alles goed zou verlopen, maar we hadden te vroeg gejuicht. In de nacht
voor ons vertrek naar de Meetpost trok een fikse onweersbui over en het mooie
weer was die maandag voorbij. Toch meldden wij ons, bepakt met onze elektronica
en antennes in Scheveningen, want
het zou gewoon doorgaan...
Eenmaal op zee echter, na een tocht van anderhalve mijl in stevige wind en
regen, keerde het hele gezelschap, dat bestond uit de platformbeheerder,
onderhoudsmonteurs, kokkin en 2 zendamateurs, terug naar de haven van Scheveningen. Het zou onder deze weersomstandigheden
ondoenlijk zijn om aan te leggen en de voor die ochtend voorspelde
weersverbetering bleef vooralsnog uit. De onderhoudsploeg moest toch naar het
werk op zee en zodoende werd voor de heenreis een helikopter besproken als alternatief;
dat betekende met zijn allen naar Rotterdam Airport rijden en een grote helikopter
bracht ons vervolgens in een kwartier op het REM eiland. Dit terwijl onze
apparatuur, de proviand en wat spullen van het personeel alsnog per boot werden
gebracht; er hoefde immers niemand over te stappen daar er gebruik werd gemaakt
van een takelsysteem voorzien van manden om de zaken van de boot te halen.
Eenmaal op het platform viel het op dat er best nog sporen van het verleden
zichtbaar waren, zoals de aanhechtingspunten op de plek waar eens de grote mast
heeft gestaan en de nog te herkennen ruimte van wat ooit een studio was. Deze
ruimte was inmiddels deels gevuld met allerlei apparatuur met betrekking tot
meteorologisch onderzoek en ingericht
als eet- en kantoorruimte. In gedachten hoorde ik de tune van het programma ‘Mr.
Ed’.

De tender
die de apparatuur bracht
De boordaccomodatie was ook zonder meer goed te noemen met ondermeer een
groot aantal hutten en een fitness- en televisieruimte. De stroomvoorziening
bestond uit 3 DAF generatoren van 40 kVA elk en alles was in een pico bello
staat van onderhoud. Na aankomst mochten wij, in verband met de vrij harde wind,
nog niet naar buiten om de antennes te installeren maar intussen kon veel
nuttig werk worden verricht door de ‘radioshack’ alvast in te richten en de
apparatuur aan te sluiten. Dit terwijl gelukkig het weer verbeterde en wij
buiten op dit roemruchte platform onze antennes konden gaan plaatsen.
Korte tijd later werd deze locatie geactiveerd onder de speciale roepnaam
PA56REM en konden de uitzendingen,
die bijna 4 dagen zouden duren, beginnen. De respons van zendamateurs uit
Nederland en daarbuiten was enorm, ook omdat de expeditie ruim van tevoren werd
aangekondigd ondermeer op de pagina’s van de TROS via Teletekst en bij
amateurradio verenigingen. Collega amateur
Rene en ik hadden het de dagen erop
druk om honderden en honderden verbindingen
te maken met alle zendamateurs die ons aanriepen. Tijdens ons verblijf werden
er veel las- en schilderwerkzaamheden uitgevoerd en niets wees nog op een op
handen zijnde onttakeling, het trieste besluit hiertoe zou immers pas
enige jaren later worden genomen. Er ontstond een bijzonder prettige
verstandhouding met het personeel waar we veel tijd mee doorbrachten ondermeer
tijdens de gezamenlijke lunches en het avondeten. Een paar dagen later, op
een warme donderdag, kwam er een einde aan ons mooie radioavontuur waar we
vooraf zo lang mee zijn bezig geweest. Vroeg in de middag verscheen de tender
vanuit Scheveningen en rond twee uur
namen we afscheid van het eiland, op de boot namijmerend over deze dagen die we
voor geen goud gemist zouden willen hebben’, aldus het verhaal van
Theo Tromp uit Rijswijk.

QSL kaart
van de speciale expeditie
Zeer succesvol bleken nog steeds de activiteiten van de onderzoeksgroep op
het REM eiland in het jaar 1996. In diverse kranten, waaronder het Leidsch
Dagblad, was in oktober van dat jaar te lezen dat op het voormalige REM eiland
dat jaar enkele zeer succesvolle onderzoeken waren uitgevoerd. Ondermeer was er
de uitwisseling van het meest bekende broeikasgas, kooldioxide, waarbij een
toen nog niet eerder bereikte nauwkeurigheid der samenstelling kon worden
bepaald en benoemd. De onderzoekers slaagden er tevens in voor de eerste maal
rechtstreeks de stroom van het gas DMS te bepalen. DMS is van invloed op de
vorming van de wolken en daarom van groot belang bij mogelijke klimaatveranderingen. De berichtgeving werd gedaan in verband met
het ingaan van de tweede periode van een langdurig meetexperiment dat met 8
miljoen gulden werd gefinancierd vanuit de Europese Unie. Bij het onderzoek
werd niet alleen de apparatuur op het REM eiland ingezet
maar tevens gebruik gemaakt van het Britse onderzoeksschip MV Challanger, dat een in zee gebrachte gaswolk ging volgen om
te kijken hoe die veranderde onder invloed van de zeereis.
Onderzoeker Oost stond een journalist te woord namens het KNMI, waarbij hij
verraadde dat er toen recentelijk zeer geavanceerde nieuwe apparatuur aan boord
van het REM eiland was gebracht en gemonteerd, waarbij men probeerde uit te
vinden hoe groot de invloed van de wind, de golven, de stroming, en temperatuur
op die uitwisseling was. De nieuwe apparatuur kon de informatie, die normaal in
een uur tijd werd verzameld en verwerkt, toen al in twintig minuten aan. Het
onderzoeksprogramma had in 1984 al een aanvang genomen onder de noemer
‘Hexosproject’.
De naam van Joop Landré is verbonden als één van de grondleggers van de
TROS. Samen met Mr. Minderop maakte hij deze omroep in een zeer korte periode,
nadat het in 1966 als omroep tot het bestel was toegelaten, tot de
belangrijkste van dat moment. Landré studeerde rechten en was in 1934
aangenomen als redacteur bij de Telegraaf. Voor de oorlog nog verhuisde hij
naar Philips, waar hij in eerste instantie bij de reclameafdeling werkte maar later
perschef van het bedrijf werd. De eerste stempel die hij binnen de radiowereld
drukte was die op Radio Herrijzend Nederland, waar hij chef nieuwsdienst was.
Na de Tweede Wereldoorlog werd hij benoemd tot directeur van de toenmalige Regering Voorlichtingsdienst. Maar zijn loopbaan was
bij lange na nog niet compleet. Immers werd hij directeur bij Polygoon Journaal
en weer later directeur van de Nederlandse Film Productie Maatschappij in
Rotterdam. Gedurende dit laatste werkverband raakte hij tevens betrokken als
juridisch adviseur bij RTV Noordzee. In 1966 volgde de benoeming tot directeur
van de TROS. Klein van stuk werd hij met grote achting door velen bewonderd. In
1974 kreeg hij dan wel de pensioensgerechtigde
leeftijd maar ging door met het maken van radioprogramma’s
gericht op zijn leeftijdgenoten. In 1985 nam hij het
eerste exemplaar in ontvangst van de publicatie ‘Van REM naar TROS’ (Hans Knot)
in het Badhotel te Scheveningen. In
september 1994 kwam Landré met zijn eigen boek op de markt. In ‘Joop Landré
vertelt’ verhaalde hij op anekdotische en humoristische wijze over zijn
belevenissen sinds 1909. Op 20 maart 1997, kwam hij op 87-jarige leeftijd te
overlijden.

Joop Landré en Hans Knot
1987
In oktober
2003 meldde de Telegraaf dat één van de nieuwe licentiehouders van een aantal
middengolffrequenties in ons land belangstelling had voor het gebruik van het
REM eiland. Het ging daarbij om de Utrechtenaar Ruud Poeze: ‘Hij wil het met
ondergang bedreigde platform, wat ooit de bakermat van de TROS was, ´in oude
luister´ herstellen. Het onderhoud van het bijna veertig jaar oude
televisieplatform van de voormalige Reclame Exploitatie Maatschappij (REM) is
te duur geworden voor Rijkswaterstaat. Als zich voor januari geen sluitende
exploitatiemogelijkheid voordoet, wordt het huidige ´Meetstation-Noordwijk´
begin volgend jaar buiten bedrijf gesteld. In dat geval
moet het platform binnen twee jaar volledig zijn afgebroken. De plannen om
vanaf het voormalige REM-eiland één of meer radiostations te beginnen, komen
van Ruud Poeze, die onlangs een aantal uitzendfrequenties op de Nederlandse
middengolf kocht. Vooral vanuit Engeland is de belangstelling voor radio vanaf
de Noordzee groot, omdat daar geen vrije frequenties meer voorhanden zijn.” Tot
realisatie kwam dit plan echter ook niet.
Een jaar
later, in de maand juli 2004, was er andermaal initiatief voor hergebruik van
het platform:’Het REM-eiland is nu bijna 40 jaar oud en zo goed als op. Er zal
groot onderhoud moeten plaatsvinden en dat is ons te duur", aldus de
directie Noordzee van Rijkswaterstaat Op 15 augustus 1964 begonnen de uitzendingen van Radio Noordzee en TV-Noordzee vanaf het
REM-eiland. Vier maanden later stak politiek Den Haag daar een stokje voor om
het toenmalig omroepbestel te beschermen. De REMco wil samen met Goesting
Events, Stichting de Noordzee en OCN, een cultureel netwerk, de sloop van het
REM eiland bij Noordwijk (tijdelijk) voorkomen. De overheid heeft bekendgemaakt
het platform niet langer in stand te
willen houden en zoekt een koper of laat het platform slopen. In ieder geval wil REMco de sloop tegengaan en het platform nog
zeker de komende drie jaar exploiteren. Hiervoor heeft zij onlangs een plan
gepresenteerd aan de huidige eigenaar. Goesting Events organiseert bijvoorbeeld
verschillende activiteiten rond het platform. Zo kunnen geïnteresseerden een
Life Rescue training volgen en met de boot of helikopter een bezoek brengen aan
het REM eiland. Het offshore platform staat nu precies 40 jaar in zee, op bijna
tien kilometer van Noordwijk, en is ooit begonnen als zendstation (REM stond
voor Reclame Exploitatie Maatschappij).Vervolgens heeft Rijkswaterstaat de
touwtjes in handen genomen en heeft het REM eiland decennia lang als
meetstation gediend. Voor Nederland is deze locatie uniek, omdat er volgens
REMco geen betere plek is om de zee te ervaren. Haar doelstellingen zijn dan ook: het bijdragen aan bewustwording
over de zee en het vergroten van draagvlak voor duurzaam gebruik van de zee in
de samenleving. Het optimaal gebruik maken van de educatieve, wetenschappelijke
en culturele kwaliteiten van het platform; grote groepen inwoners direct of
indirect in contact brengen met de educatieve en culturele functie van het
nieuwe REM en uiteindelijk ook hierdoor bijdragen aan het op passende wijze
'afscheid' nemen van een cultureel erfgoed.’

Ontwerptekening REM eiland
Op 15 april
2005 ging het volgende persbericht door geheel Nederland: Het REM-eiland
(Reclame Exploitatie Maatschappij) staat te koop. De beheerder Rijkswaterstaat
bevestigde vrijdag dat het stalen eiland voor de kust van Noordwijk in de
verkoop gaat. Anderhalf jaar geleden maakte de directie Noordzee van
Rijkswaterstaat al duidelijk dat het meetpunt voor onder meer golfslag
overbodig was geworden. In eerste instantie zou het Meetpunt Noordwijk gesloopt
worden. "Mocht de verkoop deze zomer niet doorgaan, dan wordt het alsnog
ontmanteld", zei een woordvoerder van Rijkswaterstaat. De toekomstige
kopers moeten aan een aantal voorwaarden voldoen. "Een vuilverbrander zal
er bijvoorbeeld niet komen."
Volgens de
woordvoerder van Rijkswaterstaat heeft onder meer de Stichting Noordzee
interesse voor het eiland getoond. De Dienst der Domeinen van het Ministerie
van Financiën zal, zoals gebruikelijk bij rijksbezittingen,
de verkoop op zich nemen. Hoeveel het eiland moet kosten, hangt af van de koper
met het beste plan en bod voor het meetpunt. De jaarlijkse lasten voor het oude
en versleten platform bedragen tussen de 500.000 en 700.000 euro. Het gevaarte
van twaalf bij 24 meter, met twee dekken en een helihaven, ligt sinds 1964
negen kilometer uit de kust voor de badplaats. Enkele topmannen uit het
bedrijfsleven begonnen er toen onder leiding van scheepsbouwer C.Verolme de
Reclame Exploitatie Maatschappij als commerciële reactie op het toenmalige
omroepbestel.

Advertentie in tijdschriften
In juli 2006 kreeg ik, via Rob Olthof van de Stichting Media
Communicatie uit Amsterdam, een aantal foto’s toegestuurd van Jaap van Duijn.
Jaap is lezer van het Hans Knot International Radio Report, dat maandelijks via
internet wereldwijd verschijnt. Het betrof vier foto’s ooit gemaakt vanuit de
mast van het REM eiland. Uiteraard leek het me leuk om deze foto’s destijds te
plaatsen op MediaPages. Maar er ontbrak iets aan de foto’s. Dus vroeg ik aan
Jaap om zijn herinneringen erbij op
te schrijven. Hier volgt zijn relaas: ‘Tussen 1969 en 1973 brachten wij zomers,
met tussenpozen, een bezoek aan het REM eiland. Soms ging ik er zeilend met
mijn catamaran heen, dan weer met een visbootje. Dat ging dus beslist niet met
toestemming. Ik zou ook niet geweten hebben aan wie we toestemming moesten
vragen. De betreffende foto’s heb ik in augustus 1972 vanuit de nok van de
toren van het REM eiland gemaakt. Wat ik me er nog van herinner is dat het
geweldige uitzicht, dat je daar op zo`n honderd meter hoogte had. Wat me ook
altijd is bijgebleven is, dat als je het REM platform op een paar honderd meter
genaderd was je altijd weer de dieselgeur rook. Afmeren deden we destijds aan
een paal die klimtreden had. Boven moest je jezelf dan om de paal heen wurmen,
om vervolgens op een stel balken te kunnen komen. En vervolgens dan kruipend,
vlak onder de opbouw, naar een luik, dat uitkwam in de machinekamer. Het was er
toen op het REM eiland echt al een enorme ravage. En wij waren dus zeker niet
de eersten die er een bezoek brachten. Verder lagen er ontzettend veel dode
vogels aan dek van het platform. In die jaren heb ik daar meerdere rollen met
dia`s vol geschoten. Vaak kookten we, op een meegenomen gasbrander, een
maaltijd, die we dan heerlijk op het helikopterdek, onder het genot van een
glaasje gevuld met alcohol, nuttigden. Wat een geweldige tijd was dat. We voelden
ons vrij met een soort van zeerover gevoel.’

Illegaal
klimmen in zendmast
In de zomer van l973 zijn wij met heel veel boten naar Scheveningen gevaren en hebben toen een bezoek gebracht aan
de Norderney. De tocht was georganiseerd door Katwijkse zeilvereniging
Skuytevaert. We mochten die dag aan boord van het zendschip komen.
Lex Harding stond toen aan de railing en met een
megafoon aan de mond het zeilverkeer in goede banen te leiden. Op een gegeven
moment lagen er zeker 20 boten aangemeerd in de buurt van de Norderney. We
mochten ook een kijkje nemen in de studio en kregen we wat te eten. Bij ons
vertrek waren er stickers met de tekst ‘Veronica blijft als u dat wilt’. Ik heb
van die dag nog een 8 mm film bewaard. Op de terugreis voeren we langs de MEBO
II van Radio Noordzee en de MV Mi Amigo van Radio Caroline. Daar mochten
we niet aan boord komen. Vroeger was er bij de zeilvereniging een lid, Maarten Gips geheten. Die is ooit kapitein geweest
op één van de Caroline schepen,
en heeft aan boord, geloof ik,
ooit nog een huwelijk voltrokken.
Bij mijn weten is Maarten later kapitein geworden op een coaster en woont nu in Duitsland. Ik zou overigens
niet weten waar.
Het is geen bekende van mij.

Eén van de
honderden cartoons inzake REM eiland
Toen in 1974 het REM platform in handen kwam van Rijkswaterstaat en
Meetpost Noordwijk werd en de toren werd afgebroken, was voor mij het
karakteristieke van het REM eiland verdwenen. De REM was de REM niet meer. Toch
doen we als de wind bezeild is, ieder jaar toch nog wel een paar keer een
rondje REM eiland. Even vanaf het Noordwijker strand (daar ligt mijn boot)
recht de zee in en bij het REM eiland aangekomen de schoten los, even kijken en
met weemoed terugdenken aan die, voor ons, geweldige tijd tussen 1969 en 1973.’
Maar er waren meer boottochten, waaronder één voor de pers: ‘woensdag 8
juni 2006 heeft Rijkswaterstaat de gelegenheid gegeven mee te varen naar het
REM eiland om voor de laatste keer een bezoek aan en op het platform
te brengen. Rob
Olthof ging voor de eerste en tevens laatste maal mee.
‘Wat alle zeezenderfans al jaren zagen aankomen
zal dit jaar
helaas werkelijkheid worden: het REM eiland wordt deze zomer
afgebroken. Het eiland van
‘ferme jongens, stoere knapen’
valt
binnenkort onder de slopershamer.
Rijkswaterstaat
gaf woensdag 8 juni mensen van de pers en 2 meter zendenthousiasten de
gelegenheid om nog een keer het eiland te bezoeken.
Voor mij
was het de eerste keer. We gaan terug naar
1964. Op een mooie zaterdagmorgen hoorde ik tegen tienen een draaggolf op de 214
meter middengolf en om tien uur begon men met de woorden: “Dit is de stem van
het REM eiland, dit is Radio Noordzee, uw Radio Noordzee”. Daarna volgden
gedurende twee uur diverse soorten muziek. Om
twaalf uur sloot men het programma af en ging de zender uit de ether.
Diezelfde middag kwam men om vier uur weer terug in de
ether.
In augustus 1964 was ik bij mijn neef in Zuid Holland en toen ik uit de bus
stapte zag ik een enorme hoeveelheid mensen staan bij een etalage van een
radiohandelaar. Het testbeeld van RTV Noordzee was op dat moment in beeld.
Ongelooflijk, ik haastte me naar mijn oom die meteen de televisie aanzette. ’s
Avonds gingen we naar het strand in
Noordwijk en via de sterke marinekijker van mijn oom zagen we dat de
helikopters af en aan vlogen.
Een paar dagen later kocht ik voor mijn
grootmoeder een REM antenne, dat wil zeggen: je stond eerst in een meterslange
rij op de Ceintuurbaan voor de ingang van de winkel.
Een paar dagen later was het genieten van programma’s
als: ‘Danger Man’, ‘Mr.Ed, het
sprekende paard’, ‘The Saint’ en ‘De Onzichtbare Man’. Zoals we allemaal wel weten
duurde het feest niet lang: op 17 december 1964 meende de Nederlandse overheid
een eind te moeten maken aan de uitzendingen.

Rijkswaterstaat wil van het REM eiland af en tijdens de bootreis had ik de
gelegenheid een aantal ambtenaren van Rijkswaterstaat te spreken. Het eiland
zal in juli, de weersomstandigheden moeten dan wel goed zijn, afgebroken
worden. Dat gaat als volgt: het plateau wordt losgezaagd van de poten en gaat
dan, met behulp van een kraan, naar Vlissingen
vervoerd worden. Vervolgens worden de poten er afgezaagd tot aan de zeebodem. Na
een reis met een duur van ongeveer 1 ½ uur kwamen we op het eiland aan. Via de gladde
trappetjes kwamen we aan boord. Eigenlijk niets bijzonders: een kamer met
apparatuur van Rijkswaterstaat, wat computers, een kamer met biljart en een
keuken en cabines voor het boordpersoneel. Niets herinnerde me meer aan het
roemruchte jaar 1964 toen Nederland zijn eerste commerciële televisie kreeg. Wat
zijn wij toch een stelletje cultuurbarbaren. Een dergelijk eiland breek je toch
niet af? Desnoods laat
je Ruud Poeze er met zijn 40 watt zendertjes freaken.
Alweer een
stuk historie naar de verdommenis!’

De laatste
tocht naar het eiland
Omdat het eiland in slechte staat verkeerde, en wetgeving ter plaatse geen
ongebruikte bouwwerken toestaat, is in september 2006 met de sloop begonnen.
Objecten, installaties of werken zoals een meetplatform of booreiland,
zichtbaar vanaf de kust, zijn alleen binnen de 12-mijlszone toegestaan als het
object van zwaarwegend maatschappelijk belang is en niet elders kan worden
neergezet.
In de vroege ochtenduren van zaterdag 23 september 2006 werd gestart met de
sloop van het REM eiland dat werd uitgevoerd door een Nederlands-Belgische
combinatie van bedrijven. Bij de sloop werd het gebouw van de stallage gebrand
en omstreeks 18.00 uur met behulp van een drijvende kraan op een ponton geplaatst.
De volgende zondag is de bovenbouw van de REM naar Vlissingen
afgevoerd. De daarop volgende week hebben duikers de draagconstructie op 6
meter onder zeeniveau afgezaagd. Op land werd alles verder ontmanteld. Naar
verwachting waren de werkzaamheden op zee woensdag 27 september afgerond. Daarna ging het platform op transport naar
Vlissingen Oost waar het REM eiland
zondagmiddag 24 september rond 12 uur aan kwam.
Op 29 september 2006 was het platform in Zeeland: Jan
Parent op MediaPages destijds: ‘Het bovendeel van het legendarische
REM eiland ligt nu op een ponton aan de kade bij Hoondert in Vlissingen Oost. Inmiddels is ook het onderstel
gearriveerd. De holle poten van het REM-eiland zijn voor de kust van Noordwijk
op zes meter onder de zeebodem losgesneden. Dat snijden gebeurde van binnenuit
met de hulp van een snijrobot. De klus verliep sneller dan verwacht en vandaar
dat het onderstel maandag al kon worden gelicht en de volgende dag werd koers
gezet naar Vlissingen waar het
transport dinsdagavond 26 september aankwam.
Het platform blijkt in zeer goede staat te zijn. Dat geldt ook voor het 30
meter hoge onderstel (jacket) dat er na 42 jaar, afgezien van een laag
aangroei, zeer goed uitziet. Van roest is er nauwelijks sprake. Uit de
degelijke constructie blijkt dat destijds bij de bouw op de werf van Verolme in
het Ierse Cork geen halve maatregelen zijn genomen. Voorlopig blijft het
REM-eiland in de haven van Vlissingen-Oost liggen. Vraag is of het de
definitieve eindbestemming zal zijn. Hoondert heeft geen haast met de sloop.
Men houdt nog rekening met eventuele gegadigden die het platform willen kopen
en een nieuwe bestemming willen geven.’’
Het was vervolgens weer lange tijd stil totdat op 7 juni 2008 het volgende
bericht in verschillende kranten verscheen: Het REM eiland, ooit een platform
in de Noordzee waarop de commerciële zender Radio / TV Noordzee in 1964
uitzendingen verzorgde, verhuist naar Amsterdam. De projectontwikkelaar ‘De
Principaal’ heeft het platform gekocht en wil het verbouwen tot een groot
restaurant in 't IJ in Amsterdam. Dat heeft Jeroen Rademaker, projectleider
namens De Principaal, bekend gemaakt. Het REM eiland wordt over ruim een maand
naar Amsterdam gesleept, over een jaar zal de verbouwing tot restaurant klaar
moeten zijn.
Een paar dagen
later viel het volgende persbericht in mijn email box: ‘In de zomer van 2009
zal het REM-eiland, bekend van de eerste commerciële televisie-uitzendingen vanaf de Noordzee, een nieuw leven
ingeblazen worden als restaurant. Faktor Civil
Engineering kreeg de opdracht het eiland te voorzien van een nieuwe
ondersteuning. Terwijl men bij Faktor werkt aan de tekeningen
en berekeningen voor de nieuwe
ondersteuning, wordt het 'jacket', van het eiland momenteel in de haven van
Vlissingen-Oost gestript. Het gebouw
zal tevens worden voorzien van een extra verdieping. In juli 2009 zal het
eiland in het IJ in Amsterdam geplaatst worden om daar dienst te doen als
restaurant en vergaderruimte. In 2006 werd het gebouw van het onderstel
losgebrand en werd het op een ponton naar Vlissingen-Oost
versleept. Vervolgens werd het dertig meter hoge onderstel opgetild door een
drijvend bok en eveneens naar de Vlissingse haven gesleept. Op 4 juni 2008 werd
bekend gemaakt dat het REM-eiland was opgekocht door een projectontwikkelaar.’

Het team van
TV Noordzee
Begin november 2008 kreeg ik een verzoek tot advisering vanuit De Hoge
School Amsterdam, waar vervolgens allereerst op 21 november 2008 het volgende
persbericht uit ontstond: ‘Er komt
daadwerkelijk schot in de plannen het voormalige REM eiland een definitieve
plek te geven. Nadat in 2006 het eiland van de internationale wateren is
gehaald, dachten velen dat de sloop in Vlissingen
zou volgen. In werkelijkheid is het voormalige platform in Vlissingen opgeslagen, in afwachting van verdere plannen.
Zoals bekend,
is het platform inmiddels verkocht.
De nieuwe eigenaar is de Amsterdamse
woningstichting ‘De Key’.
Deze onderneming houdt
zich ondermeer in Amsterdam West bezig met een deels renoveren van historische
gebouwen en deels plaatsen van nieuwbouw, waardoor dit stadsgedeelte de komende
jaren erg snel zal gaangroeien. Het platform van het voormalige REM eiland
bestaat in de toekomst uit drie verdiepingen.
Twee ervan zijn al voorbestemd
tot inrichting als horecaonderneming.
Een visrestaurant zal er ondermeer haar onderkomen
krijgen op het platform. Voor de eerste verdieping is er in de toekomst een
andere bestemming. Voor de plannen tot inrichting van de eerste verdieping is
‘De Key’ in zee gegaan met de Hoge School Amsterdam, waar studenten van de
afdeling Minor Management van Creativiteit en Innovatie gevraagd zijn verschillende
concepten te bedenken voor de inrichting en het gebruik van de eerste
verdieping. Gezien de historische lading, die het voormalige REM eiland met
zich meedraagt, is bij een van de concepten het idee naar voren gekomen,
gedurende een of twee jaar, deze verdieping een museumfunctie te gaan geven.
Hiervoor is een groep studenten met een aantal mensen in contact getreden om
over de invulling van dit idee te gaan praten en te zien hoe het een en ander
in de toekomst eventueel gerealiseerd
kan worden. Er is meer dan voldoende materiaal aanwezig. Dit is zowel in beeld
als geluid als tastbaar voor handen op diverse plekken in ons land. Begin
december 2008 volgde een gesprek in Groningen
met een aantal studenten, onder aanvoering van Chantal Klaver. Dit resulteerde
in een verdere ideeontwikkeling, waarbij een aantal voorstellen door de
studenten in een lijvig rapport werden voorgelegd. Ook door Rob Olthof van de
Stichting Media Communicatie uit Amsterdam is aan de ideevorming meegedaan.

Een laatste
blik op de apparatuur van RTV Noordzee?
Begin maart 2008 kreeg ik, via Hilly Engels van de Woonstichting de Key uit
Amsterdam, het bericht dat een aantal van de in het rapport voorgestelde
plannen in principe gerealiseerd
kunnen worden en men graag voor verdere besprekingen
om de tafel wil gaan zitten. De toekomst zal uitwijzen welke van de plannen
daadwerkelijk financieel haalbaar zijn en zullen worden
gerealiseerd.
Bronvermelding:
Archief Freewave Media Magazine
Leidsch Dagblad oktober 1996
MediaPages.nl
Revue der Reclame februari 1965
Soundscapes, on line Journal for Media and
Music Culture
Telegraaf Jaargang 1964 en 1965
Televizier Jaargang 1964 en 1965
Volkskrant Jaargang 1964 en 1965
Vrije Volk Jaargang 1964 en 1965
Van Rem naar TROS, Hans Knot, Groningen,
Eigen uitgave,1985
Washington Post 18 december 1964
Foto’s en illustratiemateriaal:
Archief Freewave Media Magazine
Archief Hans Knot
Archief OEM
Jaap van Duijn
Jan Parent
Martin van der Ven
Rob Olthof
Theo Tromp
Ton van Draanen
HANS
KNOT 2009

De QSL-Kaart
van PB6REM
Naar aanleiding van
bovenstaand verhaal kwam er nog een reactie binnen van zendamateur Jaap van
Duin, die ik al eerder memoreerde in het verhaal. Het blijkt dat ook in 2006 het
REM-eiland op zee nog zendamateurs op bezoek heeft gehad want op 6 juni 2008
hebben tijdens de afscheidsbezoek aan het REM-eiland drie zendamateurs het
amateurstation PB6REM geactiveerd op HF, VHF en 70 cm UHF. Vele honderden
verbindingen zijn er gemaakt met zendamateurs wereldwijd. Deze zendamateurs
waren Roy PE5DX, Eric-Jan PA1EJ en Jaap PA7DA.Vier dagen later bezocht PA7DA
andermaal het platform en maakte vele verbindingen op 2 meter. Jaap Duin heeft
veel gesprekken gehad met Theo Tromp, waarover in het verhaal meer werd vermeld.
Zelf wilde Theo ook graag met het PB6REM team mee, maar dan alleen voor meerdere
dagen.
Dit werd echter niet mogelijk gemaakt door Rijkswaterstaat, daar dit alleen
mogelijk was met een platformbeheerder en een kok. Ondanks dat dit maar één dag
was, was het voor het team een fijne ervaring en een dag om niet te vergeten.