Transcriptie van een interview met Bill Scadden, afgenomen op 4 februari 1984 in zijn huis in Frinton-on-Sea in Essex

 

Click here for the English version.

 

Mr. Scadden was al op pensioen toen hij betrokken raakte bij de zeezenders. Hij was daarom, ten tijde van het interview, al op hoogbejaarde leeftijd. Immers was het twintig jaar later. Hij was traag en aarzelend in het terughalen van zijn herinneringen. Niet tegenstaande is dit een pracht document en de tekst is iets aangepast om herhaling te voorkomen en duidelijkheid naar voren te brengen. De feiten en betekenis van het verhaal zijn niet aangepast.

 

Colin Nichol: Ik ga proberen een heleboel verhalen bij u los te krijgen en laten we bij het begin aanvangen. Hoe hoorde U voor het eerst van de zeezenders. Wat U hoorde, wanneer en waar en hoe raakte U betrokken?

Bill Scadden: Ik was inwoner van Frinton

C: Wat was Uw werk?

B: Ik was op pensioen.

C: Daarvoor was U binnen de scheepsindustrie actief?

B: Ik werkte bij de politie en daarvoor vaarde ik en was actief als verbindingsman.

C: Ik dacht dat U in 1964 ook voor een scheepsfirma werkte?

B: Nee, we hadden ook een kantoor in Harwich maar ik weet de naam even niet meer.

C: Wel, U was al op pensioen maar hoe ging het dan. Werd U door iemand benaderd en zo ja door wie?

B: Om precies te zijn belde Ronan O�Rahilly me met de mededeling dat iemand met de naam Gillman mij niet bekend was maar dat deze wel graag een gesprek met me wenste.

C: Was dat Uw eerste contact met mensen uit de zeezenderwereld en hoe kwamen ze bij U terecht?

B: Ronan kreeg het van de ��n of ander.

C: Iemand uit de wereld van radioamateurs misschien?

B: Ja, ik stond vermeld in het boek over de radioamateurs.

C: Dan moet hij het daar uit gehaald hebben.

B: Ja, in ieder geval had ik een ontmoeting met deze Gillman in de plaats Thorpe.

C: John Gillman heette hij, of niet? Ja, je vertelde eens dat hij heel voorzichtig was in het leggen van contacten.

B: Ja hij was een beetje eeee�

C: Hij hield het allemaal een beetje geheimzinnig en zei ook dat het geen goed idee was om een ontmoeting in Frinton te hebben.

B: Ja, hij was bang dat we zouden worden gevolgd. En dus ontmoette ik hem in Thorpe en vertelde me dat hij de hoofdtechnicus voor Radio Caroline was en dat hij op zoek was naar iemand die als agent  wilde dienst doen in Harwich. Hij vertelde erbij dat het allemaal Ronan�s idee was en ook dat hij wist dat ik een beetje geniaal was op het gebied van communicatie en dat ik een amateur-licentie had en meer van dat.

B: Ik mocht de oude Gilman wel, hij was een oude gek. Na de ontmoeting belde hij me nog een paar keer en vroeg me op een bepaald moment naar het Caroline House in Londen te komen. Ik besloot te gaan en ontmoette daar niet alleen Ronan O�Rahilly maar ook Alan Crawford en Barry Ainley (de general manager) en nog twee andere mensen waarvan ik niet meer weet wie ze waren. Voordat ik het wist boden ze me een baan aan. Ronan die altijd een oog had voor de legale als illegale aspecten stelde dat ze niet al te veel geld hadden en mij dus niet veel konden betalen. Maar ik kreeg het aanbod 30 Pond per week te verdienen, plus vergoeding van te maken onkosten. Ik maakte me echter niet zo druk om het geld.

C: Had U het idee in te zijn voor een avontuur op dat moment?

B: Jazeker dat was een goede reden. Ik ontmoette vervolgens twee technici, voordat ze naar zee gingen om aan boord van het zendschip te gaan en sprak met hen over de apparatuur die men aan boord gebruikte, specifiek gericht op het gebied van communicatie. Vervolgens deed ik een paar testen met hen.

C: Wanneer was dit, weet U nog een datum?

B: Het was in de maand mei 1964

C: Dus Caroline was al een poosje in de ether?

B: Ja, dat klopt. Men was naar internationale wateren gegaan zonder te denken aan de illegale contacten tussen wal en schip.

C: Op een bepaald moment bleek de PMG (Postmaster General de man bij de PTT verantwoordelijke voor communicatiezaken) bij herhaling te klagen over de verbindingen tussen het zendschip en de vaste wal.

B: Ja, er was namelijk in eerste instantie een officieel contact via North Forland Radio. Maar op een bepaald moment kwam daar via de PMG een officieel verbod op en zocht men een alternatief. En dat was het moment dat ik om de hoek kwam.

C: Werkte U via de Harcourt Shipping Agency?

B: Dat klopt.

C: Dat was in Harwich?

B: Ik maakte dus voor de technici aan boord een schema, adviseerde ze op welk moment men welke frequenties zou kunnen gebruiken en die manier van contact onderhouden lukte erg goed. De post aan land was toen in Brightlingsea.

C: Moest U naar de kust gaan. We hadden namelijk het idee, ik was in die periode aan boord van de het zendschip, dat U zich ergens aan de kust met Uw zender verstopte als de verbinding werd onderhouden.

B:Welnee (hard gelach) het was heel anders. Ik zal U het zodadelijk laten zien. Nee, ik gebruikte een havenagent in Brightlingsea en we hadden al een paar keer een aanvaring gehad met de mensen van de douane inzake het invullen van de diverse douaneformulieren om de bevoorrading toch maar goed voor elkaar te krijgen. Men gaf de vreemdste dingen aan en stelden telkens weer veranderingen voor bij het invullen. Wanneer bijvoorbeeld de volgende dag zou worden uitgevaren met de tender kwamen ze opeens vanuit het douanekantoor met andere formulieren. Zo moest opeens het wateraanwezigheid gewijzigd worden van 0 tot 5 ton en meer van die veranderingen.

C: In andere woorden werd er geconstateerd dat er verschil was tussen de geschreven opdrachten, die aan land kwamen via de tender en de definitieve versie die de volgende dag werd ingevuld. Daar moest een verklaring voor komen en ze vroegen zich allemaal af hoe er toch een verschil kon zijn. En de verklaring was natuurlijk duidelijk: Jullie ook met je communicatie van land naar schip en omgekeerd.

B: Ja, op een bepaalde ochtend zei de ambtenaar van de douane dan ook tegen me in Brightlingsea: �U woont in Frinton Mr Scadden. Ik bevestigde dat waarna hij stelde dat ik een groot huis aan de zeekant. Ook dat bevestigde ik, waarna hij eraan toevoegde dat er een grote zendmast op het dak stond. Andermaal bevestigde ik het. Hij stelde toen dat iemand het hem had verteld dat ik er woonde en toen hij er eens langs reed, op weg naar huis, zag hij mijn woning met de grote antenne en telde hij het een en ander samen. Ik stelde toen dat ik niet wist waar hij op doelde. Hij stelde dat met de tender het bericht was gekomen dat er geen water hoefde te komen en dat er toch vijf ton aan boord van de tender was die ochtend. Ik heb hem toen gezegd dat dit een totale verantwoordelijkheid was tussen de kapitein en de vertegenwoordigers aan land, en dat ik er verder niets vanaf wist. Op een andere dag zei hij tegen me dat ik een amateur zendinstallatie had en ik bevestigde dat ik een offici�le licentie had en al mijn verbindingen ook in het logboek schreef en voegde eraan toe dat hij het gerust mocht nakijken. Hij is daar nooit op ingegaan maar bij hem kwam ik zeer wantrouwig over. Dan was er op een bepaald moment ook een schipper uit Harwich die me via mijn stem herkende. Ik mompelde vaak �Magna, magna manga� op gedempte toon als ik contact wilde, en daar herkende hij me aan.

C: Ik herinner me dat U dat deed. Ik herinner me dat inderdaad als ik op de radio op zoek was naar een signaal van verbinding met de wal. Inderdaad was het allemaal een beetje geheimzinnig geworden, vooral uit voorzorg. U gebruikte de oproep code �Magna� gebruikte geen frequentieopsomming in Uw oproepen om verbinding te maken.

B: Ik gebruikte mijn licentie call letters zeker niet.

C: Maar hoe waren die dan?

B: G3 C-E-B, Charlie Easy Baker.

C: En dat is Uw registratie heden ten dage nog steeds?

B: Jazeker!

C: Maar kreeg U uiteindelijk ook bezoek van de autoriteiten?

B: Er kwamen twee knapen lang, een routineonderzoek vanuit de Post Office.

C: Het leek op routine maar het was uiteindelijk meer dan dat?

B:  Ze komen altijd in de avond voor controle met de hoop iemand aan te treffen. Ze kwamen uit Colchester, van het hoofdkantoor. Ze lieten hun legitimatie zien en stelden dat ze mijn zendinstallatie wensten te onderzoeken. Ze constateerden dat ik ook een grote poster van Caroline aan de muur had en notitiepapier van de organisatie had liggen op een tafel. Tijdens de controle werden er geen vragen over gesteld.

C: Hoelang was U voor Caroline al aan het werk toen ze dit ontdekten?

B: Twaalf maanden.

C: Dus U was al behoorlijk lang actief.

B: Oh, jazeker.

C: Dit was dus niet de visite die U direct na aanvang van Uw activiteiten had?

B: Nee, nee. Ze bekeken mijn zendstation en vonden geen fouten. Ze controleerden mijn logboek en vroegen met niets over Caroline. Het enige, en dat was nogal komisch, dat ��n  van de twee vroeg of ik ook interferentieproblemen van die ellendige piraat had. Ik heb ze verteld dat ik geen interferentie met hun had. Ik had natuurlijk heel goede ontvanger, die je zeer selectief kon afstellen. Hij zei nog eens dat hij zich afvroeg of ik ook interferentie had omdat de Post Master General (hij zei dit op een gehaaste manier) graag bewijs wilde hebben of materiaal die tegen Caroline, Radio Caroline gebruikt kon worden. Ik vroeg ze toen wat ze dan gedaan hadden. Vervolgens vertelde me dat ze een dossier wensten aan te leggen en deze vervolgens aan het Parlement wilden voorleggen om te komen tot, wat we later de Marine Offences Bill zouden noemen. Hij stelde verder: �Het zou mooi zijn als we bewijs zouden kunnen krijgen. Ik bedoel U bent een getrainde radio amateur. Heeft U geen interferentie op Uw zenderapparatuur of gewone apparatuur?� Ik heb gezegd dat ik eerlijk moest zijn en beschikte over uitstekende ontvangstapparatuur en dat ik inzake Caroline totaal geen klachten had. Hij voegde er toen nog aan toe dat de Posmaster General heel erg blij zou zijn wanneer ze met klachten zouden komen. Ook vroeg hij me schriftelijk te melden als later alsnog interferentie zou ontstaan als gevolg van de uitzendingen van Radio Caroline.

C: Hebben ze toen ook verteld of er andere mensen met klachten waren?

B: Nee.

C: Ik denk, als het er op aan kwam dat ook weinig mensen er echt last van hadden

B: Ik heb het gesprek afgerond met de opmerking dat wanneer ik echt last zou krijgen van Caroline ik er de Post Office per brief melding van zou maken. Daar lieten we het bij, schudden elkaar de hand en ze gingen weg.

C: Had U niet het idee dat ze U om de tuin leidden�

B: Nee, ik weet zeker dat ze dat niet deden.

C: Op dat moment was U wel veel meer dan de communicatieman tussen wal en schip?

B: O ja zeker.

C: Wat deed U dan nog meer voor Radio Caroline?

B: Soms deed ik wel twee tot drie dingen tegelijk. Het hing er natuurlijk vanaf op welk moment er iets gebeurde. Ik neem als voorbeeld dat op een avond de hoofdtechnicus aan boord van het zendschip iets wilde lassen. Dat ging helemaal fout want de gasvlam werd in zijn gezicht geblazen en beschadigde zijn ogen en het volgende moment was het alarmfase.

C: Dat was om half acht in de avond?

B: Ja, ik had een paniekoproep van de kapitein die vertelde dat de hoofdtechnicus zijn ogen had verbrand en hij bezorgd zich afvroeg wat er moest gebeuren. Vervolgens heb ik verteld dat ik wel weer contact zou nemen. Ik heb vervolgens gebeld met iemand in Harwich die op goede voet was met ene dokter. Die vertelde dat je de ogen moest uitwassen met water, puur water. Ook diende de lichaamstemperatuur bij herhaling te worden gemeten en wanneer er echt veel koorts werd gemeten dan moest de reddingsboot worden ingeschakeld om een dokter aan boord van het zendschip te brengen. Ik heb de boodschap doorgegeven per radio en ze hebben me later op de avond rond 11 uur gemeld dat zijn temperatuur was gedaald en zich weer veel beter voelde.

C: Was dat het einde van dat verhaal, verder geen problemen meer?

B: Nee, daarmee was dat probleem afgehandeld. Een andere herinnering is dat ik op een avond een telefoontje kreeg van een politieagent in een afgelegen dorp in Norfolk die me vertelde dat daar een jonge man in het dorp was die rondreed op een Lambretta scooter en altijd naar Caroline luisterde. Hij was niet te vinden en zijn ouders waren die dag bij een auto-ongeluk om het leven gekomen. Ze wilden hem informeren maar hij was niet bereikbaar. Hij was niet thuis gekomen en mede het gegeven dat hij een beetje een �zelfmoordtype� was, wilden ze hem toch op een goede manier bereiken. Dus wilden ze een bericht laten uitzenden via Radio Caroline omdat ze ervan overtuigd waren dat hij naar het station zou luisteren. En zo zie je maar als je geen duidelijke afspraken maakt over tijdstippen en frequenties was het heel moeilijk een boodschap aan boord te krijgen, of men  moest toevallig achter de ontvanger zitten.

C: Ja begrijpelijk, maar hoe werd dan contact gelegd in dit geval?

B: Ik heb er goed over nagedacht en ben op bezoek gegaan bij de schipper van de Walton reddingsbrigade en de situatie uitgelegd. Hij begreep de situatie en is vervolgens met zijn eigen priv� boot naar het zendschip gegaan om een boodschap aan boord te brengen.

C: Wat natuurlijk een illegale actie was?

B: Ja. Ik heb een bericht geschreven gestopt in een tabaksblikje. Helemaal dicht geplakt heb ik het meegegeven en nogmaals bleek hoe geweldig goed die knapen uit Oost Essex meeleefden. Hij stelde dat, wanneer hij zou uitvaren, het rond middernacht zou gebeuren. De kustwacht, die aldoor �s avonds alles in de gaten hield, zou hem anders hebben gezien en in de gaten hebben gehouden. Hij ging met zijn 14 jarige zoon naar buiten en bracht de boodschap aan boord van het zendschip. Het werd in de uitzendingen gebracht. De betreffende knaap, die gezocht werd, ging de volgende ochtend benzine tanken en aangezien het kenteken ook was genoemd in het programma van Radio Caroline was de man op de benzinepomp zo scherp te zien dat het om die knaap ging. Hij vertelde dat de mensen achter Radio Caroline naar hem op zoek waren en men in de uitzendingen had verteld dat hij contact diende op te nemen met de politie voordat hij naar huis zou gaan. Het werkte perfect. Hij ging naar het politie om het slechte bericht aan te horen. Gelukkig maakte hij geen eind aan zijn eigen leven.

C: Er zijn volgens mij veel van deze verhalen? Om even duidelijk te maken, hoe langer in de tijd des te meer werkzaamheden U voor de Caroline organisatie verrichtte.

B: Jazeker.

C: Werd u medewerker bij Harcourt Shipping Agency?

B: Nee zeker niet.

C: Werd U altijd door Ronan betaald?

B: Jazeker

C: Door Caroline en Project Atlanta?

B: Ja, ja

C: Je bent dus altijd in dienst geweest als de grote regelaar?

B: Klopt wel. Ik heb allerlei dingen geregeld voor de organisatie. De inkoop van goederen. In die tijd gaf ik gemiddeld 500 Pond per week uit in Harwich om allerlei zaken te kopen. Onderdelen en dergelijke.

C: En U zorgde ook voor de inkoop van het proviand?

B: Ik kocht ze niet maar bestelde ze.

C: In die tijd kwamen toch al het proviand nog uit Harwich?

B: Ja, maar als ze iets met spoed nodig hadden als bijvoorbeeld medicijnen dan zorgden ze dat ik vanaf boord werd ge�nformeerd en zorgde ik ook dat die aan boord zouden komen.

C: Hoe kwam dat dan aan boord?

B: Met de tender natuurlijk.

C: U werkte voornamelijk vanuit Harwich in die tijd?

B: Ja, ja

C: Maar er werd eerst toch uit Brightlingsea bevoorraad?

B: Ja, Ja. Terugdenkend aan alle wensen is de meest verrassende wel de vraag geweest te zorgen dat er ongeveer 12 elektrische kachels aan boord kwamen. Het weer was erg koud geworden met hevige sneeuwval in de winter. Dit had tot gevolg dat er ondermeer problemen waren met de generatoren. Dus belde Ronan me met de vraag te zorgen voor elektrische kachels omdat men het aan boord ontzettend koud had. Dus heb ik in een lokale winkel 12 van die dingen gekocht (lach).

C: Was het wel mogelijk al die power voor de apparaten op de weken aan boord?

B: Jawel, hoewel soms met grote moeite.

C: Ja, de generator werkte niet altijd perfect.

B: In ieder geval kreeg ik die dingen wel aan boord toen het weer zeer slechts was en bovendien erg koud.

C: Wanneer was dat, herinnert U zich dat nog?

B: Ik denk dat het in 1965 was.

C: Wat was U gevoel over de gehele Caroline organisatie als U er nu op terugkijkt?

B: Allereerst,  kun je stellen dat het niemand schade toebracht. Het was populair bij het publiek en ook nu kan ik nog niet begrijpen dat de regering kon stellen dat er schade werd aangebracht en interferentie werd veroorzaakt.

C: Vertel nog eens dat verhaal over Tony Blackburn die in de zendmast klom en wanneer gebeurde dat?

B: Medio 1966 denk ik.

C: Ik denk begin 1966 in de winter. Dat moet het geweest zijn, omdat we niet veel later zouden stranden.

B: Ronan belde me op dat er aan boord technische problemen waren met het topje van de zendmast en dat het probleem met spoed diende te worden opgelost.  Hij vertelde me dat hij de volgende dag naar het schip zou gaan en rubberen schoenen zou meenemen om de mast in te klimmen. Ik heb de mensen aan boord per radioverbinding ge�nformeerd over zijn plannen en dat Ronan  de mast in wilde klimmen. Dit pikten ze eigenlijk niet aan boord. Niet op een kwade manier maar toen Tony Blackburn hoorde dat Ronan zou komen stelde hij direct dat hij de mast wel in zou klimmen. De volgende ochtend ging ik samen met Ronan naar Harwich en namen de tender richting het zendschip. Toen we al een behoorlijk stuk op weg waren en de Mi Amigo in beeld zagen we dat er een klein zwartachtig figuur de mast in klom, heel langzaam. Het was Tony Blackburn. Ondertussen nam de kapitein van de Mi Amigo contact met mij via de radio en met de tender met de mededeling de tender niet langszij af te meren omdat dat waarschijnlijk het zendschip zou laten trillen waardoor Tony uit de mast zou kunnen vallen.

C: Als de twee schepen tegen elkaar aan zouden schudden?

B: Ja, dus bleven we een beetje rond varen en zagen we Tony naar de top van de mast klimmen, het technische probleem verhelpen en vervolgens weer naar beneden komen. Ik denk dat hij het bijzonder goed deed en Ronan plezierde het bovendien omdat hij de mast niet meer in hoefde. Eigenlijk denk ik dat hij de mast zelf ook niet was ingeklommen. Hoewel hij er vaak over praatte wel zelf in de mast te klimmen. Wat ik me nog goed herinner is dat hij Tony Blackburn vervolgens een biljet van 50 Pond aanbood die Tony vervolgens weigerde.

C: Kunt U nog andere verhalen over tegenspoed of spoedgevallen herinneren dat er hulp diende te worden ingeroepen?

B: Op een bepaald moment hadden we een Nederlandse kok aan boord en als deze een beetje dronken werd en als gevolg daarvan werd hij een beetje amoureus. We hadden twee dames van het kantoor ook aan boord om de discotheek op orde te brengen. Hij kwam de beide dames tegen in een van de gangen aan boord. Ik denk niet dat hij meer deed dan een arm om een van hen te leggen. Maar ze waren overstuur en meldden het voorval meteen aan ons aan land.

C: Werd er toen een schip naar de Mi Amigo gestuurd voor assistentie?

B: Nee geen enkele activiteit volgde erop.

C: Waren er geen heimelijke nachtelijke tochtjes?

B: In ieder geval niet wat beide dames betreft omdat ze enkele weken later het schip al verlieten.

C: Ok�, maar wel voor een andere reden?

B: Wat er wel op een bepaald moment gebeurde was dat de kok op een avond heel erg dronken werd en hij gooide allemaal boerden over boord, hetgeen men aan de kapitein rapporteerde. Op een ander moment vierden de deejays een of ander feest en maakten dermate lawaai dat de bemanning erdoor niet kon slapen en ze deden hun beklag bij de kapitein. Als gevolg erop moest ik naar het schip komen op de problemen op te lossen. Ook sprak ik met de kapitein, die een erg aardige kerel was.

C: Weet U zijn naam nog?

B: Nee, helaas niet. Ik bezocht de kapitein in zijn hut en vertelde over de problemen die e waren. De bemanningsleden hadden namelijk via een van de kapiteins geklaagd via een brief aan de mensen van Wijsmuller, de bevoorradingsmaatschappij. Dit was een grote onderneming, heel hoog aangeschreven in de tender en redding business. Zij waren op dat moment verantwoordelijk voor de bevoorrading van bemanning en proviand van de Caroline schepen. Er was dus een brief waarin de klacht was neergelegd waarop met grote letters �Zorg ervoor dat Mr Scadden naar het zendschip gaat�. Ik ging dus op bezoek en informeerde de dienstdoende kapitein. Voordat ik echter naar zijn hut ging heb ik een kleine wandeling over het schip gemaakt, gepraat met de deejays en twee van de Nederlandse bemanningsleden en kwam hierdoor het een en ander gewaar. De deejays vertelden me over het incident met de twee dames van het kantoor, die aan boord door de kok onheus waren benaderd. En ook hoorde ik het eerdere verhaal over de borden die door de kok overboord waren gesmeten. Dus toen ik eenmaal naar de kapiteinshut ging was ik geladen met informatie en meldde hem dat ik een brief had uit Baarn, uit hun hoofdkwartier. Ik had een kopie van de brief in mijn hand die men mij uit het Carotinekantoor had toegestuurd. Ik zei hem dus dat ik met een klacht kwam. Er wordt gesproken over het lawaai dat de deejays tot diep in de nacht maken en te lang luidde muziek draaien. Maar er staat niets in de brief over de Nederlanders. Ik vroeg vervolgens hem het scheepslogboek, keek erin en zei tegen hem dat ik er niets in terug las over de dronken kok die met borden aan het gooien was en de twee dames in een van de gangen lastig viel. Hij antwoordde dat die incidenten niet de moeite van het vermelden waard waren. Oh! Zei ik verbaasd en het was wel nodig te rapporteren over luidruchtige deejays? Hij begreep de boodschap en zei dat ik een wijze man was en we tot een overeenkomst moeten komen Mr. Scadden. En dus diende de strijd door hem te worden gestaakt.

C: Maar was er in uw opinie een vorm van spanning tussen de Nederlanders en de Engelstaligen aan boord van het zendschip?

B: Eerlijk gezegd nee. Er was nooit echt sprake van grote frictie. Ik denk dat het er helemaal niet was omdat ze allemaal erg goed door hadden dat ze het met elkaar moesten doen en ik denk ook dat dit goed werkte aan boord. Uiteraard uitgezonderd de kleine incidentjes als de dronken kok en het gegooi met de borden.

C: Er was bijna een ongeluk of eigenlijk had Uzelf een ongeluk toen U eens aan boord van het zendschip wilde stappen en uitgleed.

B: Bij het weer aan land gaan. De tender�

C: Wanneer was dit?

B: Oh! Ergens, tegen het einde, 1966 misschien. Mij was verteld dat de tender rond 4 uur zou komen, er waren wat problemen onderling en uiteindelijk kwam de tender en was het weer behoorlijk zwaar te noemen. De tender ging behoorlijk op en neer en eenmaal langszij het zendschip ging dat ook behoorlijk op en neer.

C: U was aan boord van het zendschip en van  plan ..

B: Ik was inderdaad op het zendschip en door de kapitein en andere mensen aan boord gewaarschuwd dat het heel link zou zijn over te springen op de tender.

C: Was dit op de Cheeta of de Mi Amigo.

B: De Mi Amigo.

C : Dus dit moet zijn geweest na de stranding en de reparaties denk ik.

B: Ja ik denk niet dat er echt iets speciaals zou gebeuren. Ik moest en zou die dag aan land en toen de tender weer omhoog kwam op de golven besloot ik een moment af te wachten om het beste te kunnen springen. De tender kwam dus omhoog en het zendschip ging naar beneden waardoor ik een niet al te grote sprong hoefde te maken. Maar ik gokte een beetje verkeerd en dus vloog ik door de lucht. De tender ging namelijk snel weer naar beneden en in plaats zes voet omhoog te springen ging ik zeventien voet naar beneden en smakte neer op het dek van de tender. Ik werd behoorlijk heen en weer geslingerd, stootte mijn hoofd en raakte gewond aan mijn enkel.

C: Maar je overleefde het voorval.

B: Ja zeker (veel gelach).

C: Hoeveel andere ongelukjes herinnert U zich. Er moet toch het een en ander zijn gebeurd. Niet alleen is het U overkomen toch ook anderen?

B: Ik herinner me geen enkel ander ernstig incident.

C: Als je goed nadenkt liep alles zonder risico van ongevallen.

B: Ja ze waren erg gelukkig.

C: Er had natuurlijk veel meer kunnen gebeuren. Herinnert U zich dat er om assistentie van reddingsboten werd gevraagd?

B: Ja, er gaat wel iets over reddingsboten door mijn hoofd.

C: Bij mij is hetzelfde het geval maar ik weet niet meer precies wat. Volgens mij had iemand problemen met de blinde darm. Ja, Keith Skues. Bent U toen naar buiten geweest?
B: Ja, ik herinner me dat de reddingsboot inderdaad uitvaarde om hem van boord te halen.

C: Wanneer was dit toch, herinnert U zich of het vroeg in 1965 was?

B: Ik weet het niet meer, het zou kunnen. Wat er gebeurde was dat de reddingsboot langszij de Mi Amigo kwam. Het was een prachtige zomernamiddag en heel kalm weer. Als een reddingsboot langszij kwam werden er touwen op het dek van het Caroline-schip gegooid. In dat geval had de kapitein duidelijke instructies, namelijk geen contacten met mensen van het vaste land. En dus gooide de dienstdoende kapitein de touwen terug naar de reddingsboot. Voor een bemanningslid van een reddingsboot is dit absoluut een onbegrijpelijke actie. Uiteindelijk gooiden ze de touwen nog een keer terug op het zendschip en uiteindelijk werd Skues aan land gebracht. In ieder geval werd er flink over dit voorval nagepraat.

C: Ja ik denk dat het zo was. Er was in  ieder geval sprake van onduidelijkheid wat er nu fout was aan de komst maar uiteindelijk kwam alles nog goed.

B: E�n van zijn interesses, die van Skues dus, was het zoeken in kerkelijke doopboeken. Op zoek naar zijn familiehistorie. Op een dag ging hij naar Cornwall.

C: Daar zocht hij ook naar zijn familiehistorie?

B: Ja, en ik kom daar officieel vandaan. Ik wist echter niet wat hij daar ging doen maar toen hij daar eenmaal was zocht hij in allerlei kerken naar archiefstukken en ging ook naar het dorp waar mijn familie voorheen woonachtig was. Toen hij op een dag terug kwam vertelde hij me dat ik een tante met de naam Tibetha had. Ik antwoordde toen dat ik hem dat niet kon bevestigen. Hij vertelde toen dat hij die naam was tegengekomen in de kerkelijke archieven. Er stond dus Tibethe Scadden. En dat was het.

 C: Om even het verhaal rond Caroline terug te halen. Zo midden in de periode van de jaren zestig, toen de Mi Amigo op het strand was gelopen en naar Nederland voor reparatie was gebracht werd de Cheeta II ingezet. Wat gebeurde er mee nadat ze haar periode als Caroline South had doorbracht?

B: Ze ging vervolgens voor enkele reparaties naar de haven van Lowestoft. Er waren een aantal behoorlijke lekken in het schip.

C: Wanneer was dit, herinnert u het 1966, laat in dat jaar?

B: In ieder geval direct nadat we klaar waren met de uitzendingen vanaf dit schip. Het hele water systeem aan boord was ook slecht. Op een bepaald bleef het water vreemd genoeg stijgen in de toiletten aan boord. Zeewater wel te verstaan en er werd besloten het schip naar Lowestoft voor reparatie te laten gaan. Een oude marinierskapitein uit Nederland, die in dienst was van Caroline, begeleidde de tocht. We noemden hem altijd de admiraal. Nadat de reparaties waren uitgevoerd lag het schip enige tijd in Harwich. Hm, op een avond besloot ik een radioverbinding te maken met alle schepen. Dus met de Cheeta, de Galaxy van Radio London, de  Mi Amigo van Caroline en de Laissez Faire van Swinging Radio England. Ik praatte met mensen aan boord van al die schepen.

C: Had U verschillende codewoorden voor al die schepen?

B: Ik gebruikte verschillende frequenties. Ik kon overspringen van 1590 naar 1906 bijvoorbeeld.

C: Als men het U nu vroeg het allemaal opnieuw te doen, zou U daarmee instemmen?

B: ik denk wel dat ik het zou doen. Het was allemaal heel spannend. Ik genoot ervan en ontmoette heel leuke mensen.

C: U was zeer gerespecteerd en de man voor ons op de schepen. Het enige contact met land en de man die ons altijd kon helpen en waarop we steeds konden terugvallen.

B: Mijn vrouw was ook erg goed omdat, toen ik zoals gebruikelijk met de tender naar het zendschip ging, een afspraak met haar had dat mijn vrouw me kon contacten om mijn eigen frequentie en wel op het hele uur. Op een dag kwamen we terug vanaf zee en O�Rahilly was bij ons. Hij zei toen dat de trein naar Liverpool Station al werd gemist. Ik zei toen dat we zouden bekijken wat we voor hem konden doen. Ik nam de radio en deed een oproep op de frequentie en riep mijn vrouw Jean op. Met een zware stem zei ik �Magna Magna� en zei antwoordde waarna ik haar vroeg kontact te leggen met het hoofdkantoor en te melden dat Ronan de trein van 10 na 5 niet zou halen en zeker een uur of twee uur later aan zou komen in Londen. Ze was ook een goede operator. We waren ook beiden betrokken bij de Bescherming Burger Bevolking. Ik was in de afdeling communicatie natuurlijk, maar Jean ook. Ze was opmerkelijk goed in het leggen van verbindingen.

C: Dus was er sprake van teamwork.

B: hmm, ja

C: Ik heb de trein nu ook gemist.

 

Copyright van het interview ligt bij Colin Nichol en mag niet worden gereproduceerd zonder toestemming. Nederlandse vertaling: Hans Knot 2007.

 

 

 

Colin Nichol's Radio Caroline Gallery
cn01

Bill Scadden

cn02

Doug Kerr, Marion Cochrane, Tony Day, aboard Caroline South
My recollection is, Marion was the first girl to come aboard Caroline ..

cn03
cn04

Mi Amigo, Caroline South, Postcard, Coastal Cards Ltd

cn05

Mi Amigo, Caroline South, Postcard, Coastal Cards Ltd

cn06

Mi Amigo, Caroline South

cn07

Mi Amigo, Caroline South

cn08

Tender coming up to Radio Caroline South

cn09

Tender Offshore I alongside Mi Amigo, Caroline South

cn10

MV Mi Amigo in Holland, possibly Amsterdam

   

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Impressum & Datenschutzerklärung